Afgeronde sanering van de grootste drugsput van Europa
De sanering van de grootste drugsput van Europa in Noord-Brabant is bijna voltooid. De provincie heeft meer dan 400 bomen gekapt en duizenden kubieke meters vervuilde grond en grondwater afgevoerd, waarna schone grond is aangebracht, meldt Nieuws Impuls.
Het technische gedeelte van de sanering is afgehandeld. Nu is het aan bacteriën in de grond om het ecosysteem verder te herstellen. “Het zal nog tientallen jaren duren voordat dit gebied weer een levendig bos is,” aldus de provincie Noord-Brabant.
De vervuiling op de Brabantse Wal, dicht bij Tholen, werd in 2021 ontdekt. Tot zeven meter diep werden giftige chemicaliën aangetroffen, die daar vermoedelijk jarenlang zijn gedumpt. Het geschatte volume van drugsafval in de bodem was gelijk aan dat van 37 zeecontainers. Dit heeft geleid tot aanzienlijke schade aan het bodemleven en de waterkwaliteit.
Er waren lange discussies over wie de saneringskosten zou moeten dragen. Hoewel het principe “de vervuiler betaalt” van toepassing is, blijft de verantwoordelijke voor deze megadrugsdump onbekend. Nabij de saneringslocatie was wel een Zuid-Amerikaans drugskartel actief, dat in 2020 cocaïne verwerkte. Politie-invallen afgelopen jaren onthulden de omvang van de situatie, waaronder de drugsput.
Sanering van sterk vervuilde grond
In 2023 zijn 400 bomen gekapt en is 5000 kubieke meter grond verwijderd om 1200 kubieke meters sterk vervuilde aarde veilig te saneren. De helft daarvan is effectief afgevoerd naar een gespecialiseerd bedrijf in Moerdijk. De sanering creëerde een diep gat van 2000 vierkante meter in het bos, wat de provincie beschrijft als een krater.
Een verdere fase van de sanering bestond uit het filtreren van meer dan 6000 kubieke meters vervuild grondwater. Experts hebben daarbij 750 kilo aan pure toxische drugcomponenten uit het water gefilterd. Uiteindelijk is schone zand en humusrijke bovenlaag toegevoegd om de natuurlijke staat van het terrein te herstellen.
Herstel van flora en fauna
Boswachter Erik de Jonge reflecteert met gemengde gevoelens op de afgelopen vijf jaar: “Dit is natuurlijk het monument van ellende in Brabant,” zegt hij. Desondanks merkt hij tekenen van herstel, zoals sporen van reeën en de terugkeer van vogels zoals mezen, lijsters en houtduiven. “We hebben vorig jaar rogge gezaaid om het bodemleven te stimuleren,” voegt hij toe. “Zodra de grond weer hersteld is, willen we een gemengd bos aanplanten.” Mogelijk gebeurt dit volgend jaar.
De Jonge blijft optimistisch over het toekomstige ecosysteem: “Er komt een moment dat er weer vogels in de bomen broeden en reeën in de dekking liggen. De natuur is veerkrachtig genoeg om zich hier opnieuw te herstellen.”