Het kabinet vroeg afgelopen zomer aan Peter Wennink om advies over het investeringsklimaat en het toekomstige verdienvermogen van Nederland. De topman van ASML gaf inzicht in hoe Nederland over tien jaar zijn geld kan verdienen. In een 159 pagina’s tellend rapport schetst Wennink zijn visie op de economische toekomst van Nederland, ondersteund door consultaties met tientallen deskundigen uit het bedrijfsleven en kennisinstellingen, meldt Nieuws Impuls.
Twee voor twaalf
‘Het is in Nederland twee voor twaalf’, waarschuwt Wennink. Diverse voorspellingen wijzen erop dat de Nederlandse economie in de komende jaren slechts met 0,5 tot 1 procent zal groeien, wat onvoldoende is om de aanstaande kosten te dekken.
Vakbonden ontevreden, industrie blij met rapport
De vakbonden CNV en De Unie uiten onvrede over het rapport van Wennink. “De mens wordt gezien als productiemiddel en als kostenpost”, merkt Reinier Castelein, voorzitter van De Unie, op. Piet Fortuin, voorzitter van CNV, vindt het ‘vreemd’ dat vakbonden niet zijn geraadpleegd bij het opstellen van het rapport.
Werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland daarentegen zijn positief, evenals de haven van Rotterdam. Theo Henrar van FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, roept D66, CDA en VVD op het rapport ‘volledig omarmen’.
Denk aan stijgende zorgkosten door vergrijzing, hoge defensiebudgetten en de energietransitie. Wennink stelt dat ter behoud van het huidige welvaartsniveau een jaarlijkse groei van minimaal 1,5 tot 2 procent noodzakelijk is.
Minder regels, veel meer investeren
Wennink pleit voor een reeks maatregelen, waaronder het verminderen van overheidsregels en versnelling van vergunningsprocedures. Hij wijst naar de bouw van een LNG-terminal in de Eemshaven, die tijdens de energiecrisis in slechts 200 dagen werd gerealiseerd vanwege de dringende behoefte.
RTL Z zal vanmorgen uitgebreid met Peter Wennink spreken; het volledige interview is om 17.15 uur op televisie te zien en ook online beschikbaar.
Om Nederland en Europa te positioneren tegenover de Verenigde Staten en China, benadrukt Wennink de behoefte aan een Nationale Investeringsbank. Hij stelt voor dat de overheid hiervoor 10 tot 20 miljard euro beschikbaar stelt, waarmee de bank 100 miljard aan leningen kan verstrekken.
Deze bank kan dankzij overheidskapitaal zelf geld ophalen voor verdere leningen, en moet stimuleren dat andere partijen zoals banken en pensioenfondsen ook gaan investeren. Wennink schat dat er tot 2035 tussen de 151 en 183 miljard euro aan investeringen in de economie vereist zijn.
Wennink identificeert in zijn rapport ook 51 specifieke projecten die financiering behoeven.
Boeren uitkopen
Daarnaast urgent de regering aan om het stikstofprobleem en het volle stroomnet snel op te lossen; dit houdt duizenden projecten momenteel tegen. Wennink adviseert dat de overheid boeren verplicht uitkoopt, zodat er ruimte komt voor nieuwe bedrijvigheid die volgens zijn analyse meer oplevert dan de huidige veeteelt.
Om de benodigde miljarden bij elkaar te krijgen, stelt Wennink voor om niet-strategische staatsbelangen, zoals ABN Amro, De Volksbank en Holland Casino, te verkopen.
Chefsache
Wennink vindt dat het behouden van concurrentiekracht een prioriteit van de minister-president moet zijn. Hij vergelijk zichzelf met de beroemde voetballer Johan Cruijff, en stelt: “Wie technologisch niet meetelt, zit niet aan tafel – en wie niet aan tafel zit, staat op het menu.” Ook zegt hij: “Als een auto vier lekke banden heeft, moeten ze alle vier worden vervangen.”