Populaire chatbots kunnen de Europese blokkade van Russische staatsmedia omzeilen en gebruikers alsnog berichten van RT, Sputnik en andere gesanctioneerde bronnen aanbieden. Dat blijkt uit een test van Reporters Zonder Grenzen (RSF), die de systemen opdracht gaf uitsluitend nieuws uit Russische staatsmedia te verzamelen en bij geblokkeerde websites alternatieve routes via kopieën van websites, Telegram en VK te zoeken.
De organisatie waarschuwt dat kunstmatige intelligentie daarmee een nieuw kanaal voor Russische propaganda vormt. In plaats van rechtstreeks naar een verboden medium te gaan, kan een gebruiker de informatie via een chatbot ontvangen als een automatisch samengesteld overzicht, met koppen en soms links. Daardoor is minder zichtbaar waar de informatie vandaan komt en kunnen bestaande blokkades hun praktische werking verliezen.
De bevindingen werden op 23 september 2026 bekendgemaakt. Vincent Berthier, hoofd van de technische afdeling van RSF, voerde de test uit nadat de organisatie vergelijkbaar gedrag had vastgesteld bij de Telegram-bot Mira. Hij onderzocht vervolgens ChatGPT, Claude, Gemini, Grok, Meta AI en de Franse chatbot Vibe.
ChatGPT, Grok en Claude stelden volgens RSF het vaakst overzichten samen op basis van Russische staatsmedia. De systemen leverden ook koppen en verwijzingen naar bronnen, zonder steeds te waarschuwen dat de betrokken media onder Europese sancties vallen. Vibe zocht zelfstandig naar alternatieven op VK en Telegram wanneer de oorspronkelijke websites niet beschikbaar waren.
Gemini weigerde de opdrachten vaker. Meta AI verwees volgens de organisatie consequent naar het Europese verbod op de Russische staatsmedia en motiveerde de weigering met de regels van de Europese Unie. De test laat daarmee verschillen zien in de manier waarop de onderzochte systemen omgaan met gesanctioneerde informatiebronnen.
Verbod uit 2022
De Europese Commissie verbood na het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne de uitzendingen van Russische staatsmedia, waaronder RT en Sputnik, in de Europese Unie. Het verbod gold voor televisie, satelliet, streamingdiensten, toepassingen en internet. In de praktijk ontstond echter geen uniforme lijst van domeinen die in alle lidstaten moest worden geblokkeerd.
De uitvoering verschilde daardoor per EU-land. Websites en kopieën van geblokkeerde websites bleven op sommige plaatsen toegankelijk. Russische propagandanetwerken konden bovendien nieuwe adressen en anonieme bronnen gebruiken om materiaal opnieuw op het internet te plaatsen. Dat materiaal kan vervolgens worden opgenomen in zoekindexen en databanken die door digitale diensten worden geraadpleegd.
Volgens RSF verandert de manier waarop propaganda de Europese informatieruimte binnenkomt daardoor. Een boodschap verschijnt niet langer noodzakelijk als een artikel van een herkenbaar Russisch staatsmedium, maar kan opduiken in een antwoord dat door een chatbot is samengesteld. Voor gebruikers kan dat antwoord de indruk wekken neutraal of onafhankelijk te zijn, terwijl de onderliggende informatie afkomstig is uit een gesanctioneerde bron.
Regels houden geen gelijke tred
RSF stelt dat Europese regels voor digitale diensten en kunstmatige intelligentie deze ontwikkeling nog onvoldoende afdekken. Chatbots en andere informatiesystemen vallen niet automatisch onder de categorie systemen met een hoog risico. Daardoor is het juridisch moeilijker om van de ontwikkelaars dezelfde naleving van sancties te verlangen als van klassieke mediaplatforms.
Die juridische leemte kan volgens de organisatie worden benut om de beperkingen uit 2022 te ontwijken. Een eenvoudig tekstverzoek kan een chatbot ertoe brengen Russische staatsmedia op te zoeken, kopieën van websites te vinden of berichten via Telegram en VK te verzamelen. De gebruiker krijgt de informatie dan via een legale technologie van een platform dat niet noodzakelijk aan dezelfde blokkaderegels is gebonden als het oorspronkelijke medium.
De organisatie pleit daarom voor uitbreiding van het mediarecht naar chatbots en andere systemen die nieuwsinhoud verzamelen en presenteren. Volgens RSF moeten dergelijke diensten worden behandeld als systemen met een hoog risico wanneer zij een rol spelen bij de verspreiding van informatie. Daarmee zouden Europese toezichthouders meer mogelijkheden krijgen om naleving van sancties en transparantie over gebruikte bronnen af te dwingen.
De test van RSF ging niet alleen over directe toegang tot RT en Sputnik. De onderzoekers keken ook naar de mogelijkheid om via kopieën van websites, Telegram en VK alternatieve versies van geblokkeerde bronnen te vinden. Juist die combinatie maakt het voor traditionele blokkades moeilijker om Russische propagandamaterialen volledig buiten het Europese informatienetwerk te houden.
De bevindingen werden onder meer gepubliceerd door Euronews. RSF waarschuwt dat de verspreiding van verboden materiaal via chatbots kan toenemen zolang Europese regels de systemen niet op dezelfde manier aanspreken als andere platforms.