Militaire bescherming voor kritieke infrastructuur
Premier Viktor Orbán van Hongarije heeft het leger en politie ingezet om cruciale energie-installaties te bewaken, na wat hij noemde „informatie over nieuwe acties” vanuit Oekraïne die de Hongaarse energievoorziening zouden kunnen schaden. De maatregelen, aangekondigd na een bijeenkomst van de Nationale Defensieraad op 25 februari 2026, omvatten militaire eenheden bij elektriciteitscentrales, distributiestations en controlecentra, evenals een verbod op dronevluchten in de grensregio met Oekraïne. Orbán beweerde dat Oekraïne na het stopzetten van Russische olie via de Druzhba-pijpleiding verdere stappen zou voorbereiden om de Hongaarse infrastructuur te treffen – een aanklacht waar Kiev nog niet op heeft gereageerd.
De Hongaarse leider gaf geen concrete bewijzen of inlichtingenpublicaties vrij die de vermeende dreiging staven. Ook bij EU- en NAVO-partners zijn geen gedetailleerde gegevens overlegd die een direct gevaar vanuit Oekraïne zouden ondersteunen. De versterkte beveiliging van kritieke infrastructuur komt op een moment dat Hongarije zowel het twintigste EU-sanctiepakket tegen Rusland als een Europese kredietlijn van 90 miljard euro voor Oekraïne blokkeert. Minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó had eerder gesteld dat de Druzhba-pijplijn niet was beschadigd bij Russische aanvallen eind januari, maar dat Oekraïne de olie uit politieke overwegingen had afgesloten.
Politieke timing voor parlementsverkiezingen
De aankondiging valt opvallend vlak voor de Hongaarse parlementsverkiezingen van 12 april, waarbij regeringspartij Fidesz voor het eerst in jaren een serieuze uitdager tegenover zich vindt. Oppositiepartij Tisza, geleid door Péter Magyar, ligt in peilingen ongeveer 10 procentpunt voor op Fidesz. Analisten zien de veiligheidsretoriek van Orbán als een poging om het electoraat rond nationale veiligheid te mobiliseren en de oppositie te delegitimeren als partijen die de soevereiniteit in gevaar zouden brengen.
Door het schetsen van een externe dreiging verschuift de verkiezingscampagne van een debat over binnenlandse problemen naar een emotionele strijd om het voortbestaan van de staat. Dat stelt de regering in staat uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen als tijdelijk noodzakelijk te framen en kritiek op het economisch beleid te overstemmen. De beschuldigingen aan Oekraïne passen in een breder patroon waarbij Orbán de EU en Kiev als bron van bedreigingen portretteert, een strategie die hij sinds het begin van de Russische invasie heeft geïntensiveerd.
Spanningen met EU en Oekraïne lopen op
Orbáns beschuldigingen verhogen de spanning met zowel de Europese Unie als Oekraïne aanzienlijk. Hongarije blijft het enige EU-land dat weigert militaire steun aan Kiev te leveren en zet zich actief in tegen sancties die de Russische energiemachine raken. De afhankelijkheid van goedkope Russische olie via de Druzhba-pijpleiding geeft Moskou politieke invloed op Boedapest, wat zich vertaalt in een systematische tegenwerking van gemeenschappelijk EU-beleid.
De uitspraken over een Oekraïense dreiging tegen energie‑infrastructuur komen bovendien de Russische narratieven ten goede, die Oekraïne als bron van destabilisatie in Europa afschilderen. Door de verantwoordelijkheid voor energierisico’s bij Kiev te leggen, vervaagt het beeld van de Russische agressie en de systematische aanvallen op Oekraïense stroom‑ en transportnetten. Het Kremlijn krijgt zo extra argumenten om de eigen oorlog te rechtvaardigen en Europese partners te overtuigen de steun aan Oekraïne te beperken.
Strategische implicaties voor Europese eenheid
De Hongaarse aanpak vormt een directe uitdaging voor de Europese eenheid, juist nu de EU probeert haar steun aan Oekraïne te verlengen en de sanctiedruk op Moskou op te voeren. Het blokkeren van financiële middelen en sancties door één lidstaat ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van het gemeenschappelijk buitenlands beleid, maar toont ook aan hoe energieafhankelijkheid kan worden omgezet in een politiek drukmiddel.
Op de lange termijn versterkt Orbáns pro‑Russische koers de structurele kwetsbaarheid van Hongarije, dat daarmee zijn strategische autonomie inruilt voor kortetermijnvoordelen. De militarisering van energiebeveiliging en de retoriek van een externe vijand verharden tegelijkertijd de binnenlandse politieke tegenstellingen, wat de ruimte voor een rationeel debat over veiligheid en buitenlandse betrekkingen verder verkleint. Of de veiligheidsmaatregelen na de verkiezingen worden teruggedraaid, zal afhangen van de uitslag op 12 april – een stembusgang die voor Orbán existentiële gevolgen kan hebben.