Philips zegt binnenkort een einde te maken aan de langdurige juridische nasleep van de problemen met zijn slaapapneu-apparaten in de Verenigde Staten. Het bedrijf betaalt 288 miljoen euro aan de Amerikaanse justitie en zegt tegelijk dat zijn investeringen in AI al bijdragen aan nieuwe medische technologie.
De schikking markeert voor Philips een belangrijke stap na vijf jaar aan juridische procedures rond de defecte apparaten. Het concern zette het bedrag al opzij in de cijfers over het derde kwartaal.
Philips riep in 2021 miljoenen slaapapneu-apparaten terug, nadat schuimdeeltjes los konden komen. Vooral in de Verenigde Staten leidde dat tot grote problemen. Twee jaar geleden schikte het bedrijf de zaak al met Amerikaanse gebruikers voor 1,1 miljard dollar.
Topman Roy Jakobs noemde de nieuwe schikking “Een hele belangrijke stap”. Volgens hem helpt dat Philips om “het achter ons te laten. Zodat we terug kunnen naar de focus op innovaties.”
Jakobs zegt dat Philips nu weer volledig kan richten op de ontwikkeling van nieuwe medische apparaten als het dossier met de Amerikaanse autoriteiten definitief is afgesloten. Daarbij wijst het concern op de rol van kunstmatige intelligentie in producten voor de zorg.
Volgens Philips worden die AI-investeringen al zichtbaar in nieuwe medische en zorgtoepassingen. Jakobs zei dat AI niet vooral bedoeld is om personeel te vervangen, maar om apparaten slimmer te maken en artsen en ziekenhuizen meer capaciteit te geven. Als voorbeeld noemde hij MRI-scans, waarbij de scantijd volgens Philips van 60 minuten naar 30 minuten kan worden gehalveerd.
De schikking komt op een moment dat Philips over het afgelopen kwartaal een nettowinst van 28 miljoen euro meldde, tegenover 187 miljoen euro een jaar eerder. Dat resultaat werd mede gedrukt door de voorziening voor de Amerikaanse zaak. Philips verwacht daarnaast dit jaar ongeveer 200 miljoen euro te ontvangen van de Amerikaanse overheid vanwege onterecht betaalde invoerrechten.
Vorige week wees de Ondernemingskamer nog een verzoek van ontevreden aandeelhouders af om een onderzoek naar mogelijk wanbestuur te laten instellen.


