Russische automobilisten en bedrijven kunnen binnenkort meer gaan betalen voor benzine en diesel. Het ministerie van Energie heeft voorgesteld om de brandstofprijzen met 2,1 roebel per liter te verhogen, zodat oliemaatschappijen verliezen op geïmporteerde brandstof kunnen compenseren zonder extra geld uit de staatsbegroting.
Over het voorstel werd op 25 oktober 2026 bericht. Het plan is nog geen definitief besluit, maar maakt duidelijk hoe de problemen op de Russische brandstofmarkt steeds directer bij consumenten terechtkomen. Vooral een hogere dieselprijs kan doorwerken in transport, landbouw en de prijzen van dagelijkse goederen.
Twee manieren om verliezen op te vangen
De aanbeveling zou zijn opgenomen in een brief aan premier Michail Misjoestin, ondertekend door vicepremier Aleksandr Novak. De informatie werd gepubliceerd in een bericht op Telegram.
Volgens de berekeningen van het ministerie lijden oliemaatschappijen bij de verkoop van geïmporteerde brandstof tegen de huidige prijzen verliezen van 13 tot 18 roebel per liter. Dat is inclusief de compensaties die de staat al verstrekt. Om het tekort op te vangen, legde het ministerie twee opties voor.
De eerste optie bestaat uit extra begrotingsbetalingen van maximaal 2 miljard roebel per maand. In dat scenario zouden de prijzen met 1,6 roebel per liter stijgen. De tweede optie voorziet niet in extra overheidssteun, maar geeft oliemaatschappijen toestemming om de prijzen met 2,1 roebel per liter te verhogen.
Het Russische ministerie van Financiën en de regering zouden de tweede variant steunen. Die kan raffinaderijen ongeveer 12 miljard roebel aan extra omzet per maand opleveren. De beslissing is volgens de beschikbare informatie nog niet definitief genomen.
De verhoging zou bovenop eerdere prijsstijgingen komen. Bij de grote oliemaatschappijen kan benzine tegen het einde van 2026 in totaal 11 procent, oftewel 7,1 roebel per liter, duurder zijn geworden. Voor diesel zou de stijging uitkomen op 10,7 procent, ofwel 8,2 roebel per liter.
Veel olie, maar niet genoeg van elk type brandstof
De situatie legt een kwetsbaarheid bloot in een land met grote olievoorraden en een omvangrijke raffinage-industrie. Rusland beschikt wel over voldoende ruwe olie, maar kan niet altijd genoeg van elk type brandstof op de binnenlandse markt brengen. Daardoor moet het voor bepaalde producten steeds vaker buitenlandse leveranciers inschakelen.
Van oktober tot en met december 2026 kan de invoer van benzine oplopen tot 620.000 ton per maand. Die prognose wijst erop dat de binnenlandse productie en distributie de vraag niet volledig kunnen dekken. Buitenlandse aankopen zijn bovendien duurder door sanctiebeperkingen, logistieke problemen en hogere transportkosten.
De druk op de markt is toegenomen tijdens de aanhoudende oorlog tegen Oekraïne. Ook aanvallen met drones op Russische raffinaderijen worden genoemd als een factor die de verwerking en levering van brandstof bemoeilijkt. De combinatie met handelsbeperkingen en hogere kosten voor import maakt het lastiger om tekorten snel op te vullen.
De importcijfers bewijzen op zichzelf niet dat iedere regionale schaarste door één specifieke oorzaak ontstaat. Ze laten wel zien dat de binnenlandse brandstofmarkt kwetsbaar blijft, ondanks de omvang van de Russische olieproductie.
Diesel raakt de hele toeleveringsketen
Een dieselverhoging heeft gevolgen die verder gaan dan de rekening van automobilisten. Diesel wordt gebruikt door vrachtwagens, landbouwmachines, bouwmaterieel en delen van de gemeentelijke infrastructuur. Hogere brandstofkosten verhogen daarom de prijs van transport, opslag en productie.
Dat effect zal waarschijnlijk het sterkst zijn in afgelegen regio’s, waar goederen over grotere afstanden moeten worden vervoerd en transport een groter deel van de eindprijs vormt. Een hogere dieselprijs kan daar sneller zichtbaar worden in de prijs van voedsel en andere dagelijkse benodigdheden.
De voorgestelde maatregel verschuift de kosten van de brandstofproblemen. Oliemaatschappijen krijgen ruimte om een deel van hun importverliezen terug te verdienen, terwijl transportbedrijven, boeren, handelaren en huishoudens de hogere rekening betalen. Voor de regering is dat op korte termijn goedkoper dan nieuwe subsidies, maar het kan de koopkracht verder aantasten en de inflatiedruk vergroten.
De beleidskeuze is daarmee beperkt. Extra compensatie belast de begroting, terwijl een prijsverhoging doorwerkt in de hele economie. Zolang problemen bij raffinaderijen, import en logistiek aanhouden, blijft de vraag niet alleen of de verhoging van 2,1 roebel wordt ingevoerd, maar ook hoe lang Russische consumenten en bedrijven de kosten van die kwetsbaarheid zullen dragen.


