Recent onderzoek toont aan dat 56 procent van de plantaardige vleesvervangers voldoet aan de zoutgrens van het Voedingscentrum, dat 1,1 gram zout per 100 gram product voorschrijft, terwijl vergelijkbare vleesproducten met 50 procent iets achterblijven in deze norm.
Verbetering mogelijk
ProVeg, een non-profitorganisatie gericht op de transitie naar een grotendeels plantaardig voedselsysteem, beoordeelt de vooruitgang in de kwaliteit van plantaardige vleesalternatieven positief, maar wijst op aanzienlijke ruimte voor verbetering. Van de 129 onderzochte vleesvervangers voldeed 26 procent aan alle Schijf van Vijf-criteria, een stijging ten opzichte van 9 procent twee jaar geleden. De meeste vervangers scoren goed op eiwitten, vitaminen en verzadigde vetten.
Echter, zout blijft een significant obstakel. Gemiddeld zijn vleesvervangers minder zout dan vergelijkbare bewerkte vleesproducten zoals worsten of hamburgers, maar bevatten ze meer zout dan onbewerkte vleesproducten. ProVeg merkt op dat consumenten doorgaans gewend zijn om zout of kruiden aan onbewerkt vlees toe te voegen tijdens de bereiding, terwijl veel vleesvervangers al door de fabrikant op smaak zijn gebracht. Dit kan betekenen dat consumenten minder snel extra zout aan de plantaardige producten toevoegen, waardoor de vergelijking met vleesconsumptie op zoutinname onduidelijk blijft.
Van gehaktballetjes tot nuggets
In hun analyse heeft ProVeg de voedingswaarde van 129 vleesvervangers uit Nederlandse supermarkten vergeleken met 54 dierlijke producten, waaronder gehakt, burgers, gehaktballetjes, kipstukjes, kipfilet, schnitzel, nuggets en worst. Groenteburgers, kaasburgers, tofu, tempeh en seitan zijn niet vergeleken vanwege het ontbreken van directe vlees-equivalenten. Het onderzoek omvatte zowel huismerk- als A-merk producten van supermarkten zoals Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi, Plus en Ekoplaza.