Rusland gebruikt het jeugdprogramma ‘Zarnitsa 2.0’ om kinderen en jongeren militair, ideologisch en informatief te vormen. Het programma, dat wordt georganiseerd door staatsinstellingen en militaire jongerenorganisaties, omvat in 2026 onder meer dronebediening, geniewerk, aanvals- en verbindingstaken en het maken van oorlogscontent. Ook kinderen uit door Rusland bezette Oekraïense gebieden doen eraan mee.
In augustus en september 2026 vindt in de regio Volgograd de federale finale van het derde seizoen van de militaire patriottische wedstrijd plaats. Volgens de organisatoren hebben meer dan 3,2 miljoen scholieren en studenten zich voor het project aangemeld. Aan de eerste ronde van de federale finale namen 960 jongeren deel: 96 teams van tien personen.
De naam ‘spel’ doet volgens de opzet van het programma maar gedeeltelijk recht aan de inhoud. ‘Zarnitsa 2.0’ wordt uitgevoerd door de organisaties Dvizjenie Pervych en Junarmija, het centrum VOIN, Rosmolodjozj, het Russische ministerie van Onderwijs en het ministerie van Defensie. Het project valt onder het nationale programma ‘Jongeren en kinderen’.
Van zeven jaar tot 23 jaar
De leeftijdsgrenzen zijn in 2026 uitgebreid. Het programma kent vier categorieën: kinderen van 7 tot 10 jaar, jongeren van 11 tot 13 jaar, deelnemers van 14 tot 17 jaar en een speciale categorie voor 18- tot 23-jarigen.
Die laatste groep bestaat onder meer uit studenten van pedagogische opleidingen. Zij kunnen later als begeleider voor jongere deelnemers worden ingezet. Het Russische ministerie van Onderwijs noemt ‘Zarnitsa 2.0’ een manier om kennis van de eerste militaire voorbereiding in praktijk te brengen. Ook moet het programma jongeren interesseren voor militaire opleidingen en een loopbaan in dienst van de staat.
Daarmee ontstaat een traject dat begint op de basisschool en doorloopt tot de leeftijd waarop jongeren kunnen kiezen voor een militaire opleiding of een contract bij het Russische ministerie van Defensie. Het programma wordt officieel niet aangeduid als opleiding voor een mobilisatiereserve. De combinatie van leeftijd, inhoud en beroepsoriëntatie verbindt het project wel met een vroege militaire socialisatie en mogelijke rekrutering.
Militaire functies en gevechtsscenario’s
Voor de oudere deelnemers bestaat ‘Zarnitsa 2.0’ uit zeven zogenoemde militairen specialisaties: commandant, stormtrooper, genie-sapper, medicus, verbindingsspecialist, drone-operator en oorlogscorrespondent.
De deelnemers krijgen daarnaast vuur- en tactische training, leren over tactische geneeskunde en bescherming tegen chemische, biologische en radiologische gevaren. Ook staan het aanleggen en camoufleren van posities en overleven onder zware omstandigheden op het programma. De federale finale eindigt met een militair-tactisch scenario met garnizoensdienst, een gecombineerde mars, opdrachten op terrein en een zogenoemde eindstrijd.
De specialisatie voor stormtroopers bevat volgens de officiële beschrijving onder meer het onderdrukken van posities van een tegenstander, optreden in tweetallen, het gebruiken van dekking, het binnengaan van gebouwen en gevechten in kleine ruimtes. De deelnemers oefenen daarmee niet alleen algemene sportieve vaardigheden, maar ook taken die zijn ontleend aan de organisatie van een gevechtseenheid.
Drones en informatievoorziening
Een afzonderlijk onderdeel richt zich op onbemande systemen. De deelnemers werken met drie soorten platforms: een verkenningsdrone, een aanvalsdronesysteem en een grondplatform. De opdrachten omvatten het plaatsen van een repeater, luchtverkenning, het opsporen van manschappen en vuurposities van een fictieve tegenstander, het uitvoeren van droppings en het aanvallen van een doelwit.
De beoordeling draait niet alleen om het besturen van de drones. Ook de nauwkeurigheid waarmee doelen worden geraakt en de tijd die nodig is om de opdracht uit te voeren tellen mee. Daarmee zijn onderdelen van de Russische oorlogvoering tegen Oekraïne opgenomen in de training voor jongeren.
De oorlogscorrespondent heeft binnen een team een eigen rol. Deze deelnemer moet gebeurtenissen vastleggen, foto’s en video’s maken, interviews afnemen, materiaal verzamelen en analyseren, nieuwsberichten voorbereiden en een informatiekanaal van het team beheren. In de programmabeschrijving staat ook dat deelnemers moeten leren onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare informatie.
In regionale documentatie over de federale finale krijgt een team voor de categorie oorlogscorrespondent 0,1 punt per abonnee van het eigen kanaal. Ook de activiteit van kijkers tijdens de online-uitzending van de eindstrijd kan een voordeel opleveren. De rol omvat daardoor naast journalistieke basisvaardigheden ook het opbouwen van een publiek en het verspreiden van content rond het eigen team.
Veteranen als begeleiders
De deelnemers worden begeleid door Russische militairen en veteranen van de oorlog tegen Oekraïne. De federale finale staat onder leiding van Vladimir Michailovski, een majoor van de garde, drager van drie Russische Orden van Moed en deelnemer aan de oorlog tegen Oekraïne. Hij maakt ook deel uit van het presidentiële personeelsprogramma ‘Vremja gerojev’.
Vier zogenoemde legers van de finale worden geleid door deelnemers aan dat programma en door militairen die voor hun deelname aan de oorlog zijn onderscheiden. Het leger ‘Amoer’ staat onder leiding van Jegor Zacharov, die de titel Held van Rusland draagt en de Orde van Moed heeft ontvangen. ‘Ob’ wordt geleid door Vadim Bykov, drager van twee Orden van Moed. ‘Kama’ staat onder leiding van Aleksej Zjbanov, eveneens drager van twee van die onderscheidingen. ‘Wolga’ wordt geleid door Vladislav Frolov, drager van één Orde van Moed.
Op officiële presentaties wordt Nikita Ivanov genoemd als plaatsvervangend commandant. Hij wordt omschreven als deelnemer aan de zogenoemde ‘speciale militaire operatie’, drager van de Soevorovmedaille en voormalig lid van Junarmija. Zijn taak wordt verbonden aan de militair-patriottische vorming van jongeren.
De organisatoren zeggen dat begeleiders niet alleen praktische vaardigheden moeten overbrengen, maar ook hun wereldbeeld en levenservaring. De oorlog komt zo terug in het programma via de lessen, de rolverdeling en de personen die als voorbeeld voor de deelnemers optreden.
Kinderen uit bezette Oekraïense gebieden
‘Zarnitsa 2.0’ wordt ook gebruikt om door Rusland bezette Oekraïense gebieden in Russische staatsstructuren onder te brengen. Op de officiële kaart van de finale staat de tijdelijk bezette Krim zonder afzonderlijke aanduiding binnen het Russische Zuidelijke Federale District. De Krim is op de kaart gekoppeld aan het leger ‘Wolga’.
In 2026 organiseerde Rusland op de Krim een eigen regionale ronde. Volgens de Russische hulpdiensten namen daar ongeveer vijfhonderd kinderen aan deel. Winnaars uit Simferopol werden naar de volgende ronde in de regio Volgograd gestuurd.
Ook teams uit de bezette delen van de oblasten Donetsk en Loehansk deden mee aan de ronde van het Zuidelijke Federale District, naast teams uit Russische regio’s. Zij namen eveneens deel in de categorie van 18 tot 23 jaar en werkten met dezelfde zeven militaire specialisaties.
Een systeem dat sinds 2019 is uitgebreid
De militarisering van Russische kinderen is niet nieuw. In 2019 publiceerden OSINT-onderzoeker Andrej Loetsjkov en de Poolse onderzoeker Andrzej Leszkiewicz het onderzoek ‘Putinjugend: Children for Russian War’. Het onderzoek bracht in kaart hoe Russische staatsorganisaties, het onderwijs en militair-patriottische verenigingen kinderen en jongeren bij militaire vorming betrekken.
Destijds ging het onder meer om Junarmija, cadettenklassen, militaire kampen en schietoefeningen. Volgens InformNapalm is het systeem sindsdien uitgebreid met drones, verbindingen, sapperstaken, aanvalsprocedures en informatievoorziening.
De vergelijking met de Hitlerjugend berust daarbij niet alleen op het dragen van uniformen of het aanleren van militaire vaardigheden. De overeenkomst die in het onderzoek wordt beschreven, ligt in de combinatie van staatssturing, ideologische vorming, militaire voorbereiding, collectieve rituelen en een doorlopende route richting dienst aan de staat. ‘Zarnitsa 2.0’ is niet juridisch identiek aan de Hitlerjugend: deelname is in Rusland niet op dezelfde manier verplicht en de historische context verschilt.
Niet iedere deelnemer aan het programma zal militair worden. De 3,2 miljoen aanmeldingen zeggen op zichzelf niets over de latere loopbaan van elk afzonderlijk kind. De omvang en de inrichting van het systeem laten wel zien dat Rusland militaire vorming op grote schaal en vanaf jonge leeftijd organiseert.
In de editie van 2026 zijn actuele onderdelen van de oorlog opgenomen: droneoperaties, tactische gevechtsscenario’s, verbindingen, geneeskundige en technische taken en de productie van informatie voor een publiek. Het programma loopt door tot 23 jaar en omvat ook deelnemers die later als begeleider kunnen terugkeren.
De ontwikkeling die in 2019 werd beschreven, is daarmee in 2026 zichtbaar in een uitgebreidere en technologisch aangepaste vorm. ‘Zarnitsa 2.0’ wordt uitgevoerd binnen de Russische staatsstructuren en omvat inmiddels ook kinderen en jongeren uit gebieden van Oekraïne die door Rusland bezet worden.