De Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM) toont zich voorzichtig optimistisch over de plannen gepresenteerd op Prinsjesdag, die 50 concrete acties omvatten om de woningbouw te versnellen, ruimtelijke plannen beter af te stemmen en te investeren in het stroomnet. De NVM benadrukt dat wonen, werken en het landelijke gebied in samenhang moeten worden bekeken, meldt Nieuws Impuls.
Lana Gerssen, voorzitter van NVM Wonen, stelt: ‘Bouw het juiste product, op de juiste plek en voor de juiste doelgroep. Toets plannen daarom niet alleen vanuit een vergaderzaal in Den Haag, maar vooral ook lokaal en regionaal, samen met de direct betrokken partijen. Structurele publiek-private monitoring helpt om behoefte, haalbaarheid en uitvoering bij elkaar te brengen.’
Daarnaast vraagt de NVM aandacht voor funderingsproblemen. Gerssen voegt toe: ‘Geef consumenten duidelijkheid over het daadwerkelijke funderingsrisico en bied handelingsperspectief voor onderzoek, financiering en herstel, zodat deze woningen courant blijven.’
Huur en beleggers
Volgens de NVM bieden de plannen onvoldoende perspectief voor de huurmarkt. De combinatie van de Wet betaalbare huur met andere maatregelen leidt volgens de organisatie tot minder huurwoningen, terwijl de prijzen in het resterende vrije segment stijgen. Onzekerheid rond box 3, het uitblijven van de evaluatie van de Wet betaalbare huur en het vrijwel verdwijnen van tijdelijke huurcontracten remmen investeringen.
Gerssen merkt op: ‘Wie de huurmarkt toegankelijk wil houden, moet nu doorpakken: belast in box 3 zo snel mogelijk het werkelijke rendement, wacht niet langer met de evaluatie van de Wet betaalbare huur en maak tijdelijke huurcontracten onder heldere voorwaarden weer mogelijk. Alleen met werkbare regels én voldoende vertrouwen voor verhuurders kunnen we het huuraanbod herstellen.’
Ook de daling van het buitenlandse kapitaal baart de NVM zorgen. De instroom in Nederlands vastgoed daalde van € 7 miljard in 2021 naar € 0,6 miljard in 2025. De Nederlandsche Bank schat dat jaarlijks € 6,4 miljard nodig is voor de financiering van nieuwe private huurwoningen.
De aangekondigde verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf dienen, van 8% naar 7%, geldt niet voor commercieel vastgoed. Daar blijft het tarief 10,4%. De NVM pleit voor verdere structurele verlaging en een gelijk fiscaal speelveld voor binnen- en buitenlandse pensioenfondsen.
Alwin Driessen, voorzitter van de vakgroep NVM Business, zegt: ‘De minieme verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen van 8% naar 7% is een sympathiek gebaar, maar weegt absoluut niet op tegen het totale gebrek aan fiscaal langetermijnbeleid. De hoge fiscale druk, onzekerheid over wetgeving en hoge tarieven vreten de investeringsruimte op die dringend nodig is voor nieuwbouw, transformatie, woningverbetering en bedrijvigheid. De vastgoedmarkt heeft behoefte aan stabiliteit, niet aan een overheid die elk jaar de fiscale spelregels als een jojo op en neer beweegt.’
Achmea
Ook Onno Hoff, fundmanager van Achmea Dutch Residential Fund en Achmea Dutch Residential Impact Fund, benadrukt dat het aantrekken van kapitaal een belangrijke voorwaarde is voor de woningbouw. Hij noemt het op LinkedIn positief dat er bijna € 1 miljard extra wordt uitgetrokken voor binnenstedelijke woningbouw en dat de gelijkschakeling van binnen- en buitenlandse pensioenfondsen wordt doorgezet. Tegelijkertijd vindt hij de voorgestelde objectsubsidie voor middenhuurwoningen van maximaal € 10.000 te beperkt en onzeker voor de lange termijn. De overdrachtsbelasting van 7% voor beleggerswoningen en 10,4% voor commercieel vastgoed maakt Nederland relatief duur voor institutionele beleggers.
Energielasten
De Vereniging Eigen Huis (VEH) richt zich op de betaalbaarheid van de energierekening. Hogere gasprijzen, onderhoud en uitbreiding van het stroomnet en verschillende maatregelen stapelen zich op. De VEH wil daarom een kader voor de kosten die energiemaatregelen een huishouden mogen opleveren. Bij een te grote stijging moet de maatregel worden aangepast of compensatie volgen.
Cindy Kremer, algemeen directeur van de VEH, zegt: ‘Groen gas bijmenging, salderen en hogere netkosten zijn voorbeelden die allemaal hun eigen kostenverhoging met zich meebrengen. Voor de overheid zijn het losse onderwerpen; voor huiseigenaren staan ze opgeteld op de energierekening. Het is tijd dat de Tweede Kamer hier een grens aan stelt.’
Het kabinet stelt tot en met 2035 € 1,1 miljard beschikbaar voor ouderenhuisvesting. Voor het doel om voor 2030 290.000 ouderenwoningen te bouwen, is volgens de VEH echter nog € 420 miljoen te weinig beschikbaar. De opgave bedraagt tientallen miljarden euro’s.
Naast geld zijn geschikte bouwlocaties volgens de VEH een knelpunt. Gemeenten moeten ruimte creëren voor gelijkvloerse en levensloopbestendige woningen dichtbij voorzieningen, zorg en openbaar vervoer, vindt de vereniging. Zonder ouderenwoningen zou ook de doorstroming op de rest van de woningmarkt achterblijven.