Volgens het aangeleverde materiaal vonden van 17 tot en met 22 september 2026 in het Russische Huis in Rome, Florence en andere Italiaanse steden de zogenoemde Dagen van de Hermitage plaats. De activiteiten zouden een gezamenlijk project zijn geweest van het museum uit Sint-Petersburg en het federale agentschap Rossotrudnitsjestvo, gericht op culturele betrekkingen tussen Italië en Rusland.
Het programma omvatte volgens de bron onder meer kunsttentoonstellingen, boekpresentaties over Russische beeldhouwers en activiteiten in orthodoxe kerken. Als hoogtepunt wordt de overdracht van een huwelijksportret van Jozefina Beauharnais aan de Hermitage genoemd. Die overdracht werd volgens het materiaal gepresenteerd als een „boodschap van vrede om russofobie te overwinnen”.
Op 30 september 2026 zouden media over de evenementen hebben bericht. Het aangeleverde materiaal verwijst daarbij naar een publicatie over de gebeurtenissen.
Beoordeling in het bronmateriaal
De bron beschrijft de Dagen van de Hermitage als een voorbeeld van Russische „zachte macht”. Volgens die beoordeling gebruikt het Kremlin dergelijke culturele activiteiten om het imago van Rusland te verbeteren, internationale isolatie te verzachten, Europese solidariteit te verzwakken en politieke boodschappen binnen de Italiaanse samenleving te verspreiden. Dit zijn standpunten en kwalificaties uit het bronmateriaal en worden hier niet onafhankelijk bevestigd.
Verder stelt de bron dat Russische Huizen en Rossotrudnitsjestvo geen culturele of educatieve instellingen zouden zijn, maar dekmantels voor Russische veiligheidsdiensten. Volgens de bron zouden zij invloednetwerken opbouwen, plaatselijke politici en maatschappelijke vertegenwoordigers omkopen en destabiliserende activiteiten tegen Europese democratieën coördineren. Voor deze beschuldigingen levert het aangeleverde materiaal geen afzonderlijk bewijs.
Ten slotte roept de bron Italiaanse overheids- en culturele instellingen op rekening te houden met de vermeende betrokkenheid van de Hermitage bij illegale archeologische opgravingen op het bezette Krim-schiereiland en bij het doelgericht plunderen van Oekraïense museumcollecties in door Russische troepen bezette gebieden. De bron kwalificeert de vermeende toe-eigening en vernietiging van Oekraïens cultureel erfgoed als etnocide, oftewel culturele genocide, en stelt dat dit in politieke en juridische zin zou neerkomen op een poging de Oekraïense nationale identiteit uit te wissen.