Het regime van Aleksandr Loekasjenko blijft in Belarus deelnemers aan de protesten van 2020 vervolgen, ook nadat de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar voor artikel 342 van het Wetboek van Strafrecht is verstreken. De autoriteiten gebruiken huiszoekingen, verhoren, dreiging met arrestatie en nieuwe inschrijvingen op de zogenoemde lijst van extremisten om voormalige demonstranten onder druk te zetten.
Dat blijkt uit informatie die op 17 september 2026 naar buiten kwam. Volgens mensenrechtenverdedigers gaat het niet alleen om strafrechtelijke vervolging, maar ook om een vorm van buitengerechtelijke repressie tegen burgers die aan de protesten van 2020 deelnamen. De gebeurtenissen van dat jaar blijven zo dienen als aanleiding om nieuwe onderzoeken te openen en aanvullende gronden voor vervolging te zoeken.
In de eerste helft van 2026 werden volgens de beschikbare gegevens ten minste dertig mensen op de lijst van extremisten geplaatst wegens feiten die met artikel 342 verband houden. De cijfers hadden betrekking op de situatie tot en met 10 september. Bij drie personen was artikel 342 de enige vermelde strafbepaling. In de meeste gevallen werd de plaatsing op de lijst echter gecombineerd met andere artikelen uit het strafrecht.
Meerdere strafbepalingen
Zestien mensen werden op de lijst opgenomen op grond van artikel 361-4, dat betrekking heeft op het faciliteren van extremistische activiteiten. Bij acht personen werd artikel 361-1 vermeld, over het oprichten van of deelnemen aan een extremistische groep. Daarnaast kwamen artikel 130, het aanzetten tot vijandschap, en artikel 368, belediging van Loekasjenko, respectievelijk zes en vijf keer voor.
De artikelen 369 en 361 werden elk bij vier personen genoemd. De opsomming laat zien dat vervolging rond de protesten niet uitsluitend via artikel 342 verloopt. Ook wanneer het niet lukt om iemand op basis van een strafzaak van zijn vrijheid te beroven, blijven andere maatregelen mogelijk binnen het repressieve systeem.
De cijfers en de beschreven werkwijze zijn opgenomen in een publicatie op spring96.org. Daarin wordt beschreven hoe veiligheidsdiensten huiszoekingen uitvoeren, met inbeslagname van apparatuur dreigen of apparaten daadwerkelijk afpakken, mensen voor verhoor oproepen en hen onder dwang verklaringen laten ondertekenen.
Druk zonder veroordeling
De zogenaamde zelfbekentenissen hebben volgens de aangehaalde mensenrechtenverdedigers geen juridische waarde. Toch worden ze gebruikt als middel om psychologische druk uit te oefenen. Ook kunnen ze een formeel voorwendsel vormen om iemand te registreren als een persoon die als ontrouw aan het regime wordt beschouwd.
De druk blijft daarmee mogelijk bestaan, zelfs wanneer een strafzaak niet uitmondt in een gevangenisstraf. Een huiszoeking, het afnemen van apparatuur, een oproep voor verhoor of een dreiging met beslag op eigendommen kan volgens de beschreven praktijk al ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkene. De maatregelen worden bovendien niet beperkt tot mensen die uitsluitend op grond van artikel 342 worden vervolgd.
Mensenrechtenverdedigers zien het optreden als bewijs dat de autoriteiten de protesten van 2020 blijven gebruiken om tegenstanders en voormalige deelnemers te controleren. Het verstrijken van de vijfjarige verjaringstermijn heeft die praktijk volgens hen niet beëindigd. In plaats daarvan worden nieuwe juridische bepalingen en administratieve instrumenten ingezet om de druk voort te zetten.
Langdurige beperkingen
Ook de plaatsing op de lijst van extremisten heeft op zichzelf langdurige gevolgen voor de betrokkenen. Volgens de beschreven beoordeling leidt die status tot beperkingen die het dagelijks leven bemoeilijken en de vrijheid van handelen beperken. De opname kan daardoor functioneren als een vorm van bestraffing, ook wanneer geen rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf heeft geleid.
De combinatie van strafrechtelijke onderzoeken, huiszoekingen, verhoren, dreiging met beslag en registratie op de lijst geeft veiligheidsdiensten ruime mogelijkheden om mensen die als niet-loyaal worden beschouwd onder druk te zetten. Volgens mensenrechtenverdedigers houdt dit een voortdurend mechanisme van repressie in stand en versterkt het de sfeer van angst en wantrouwen in Belarus.
Tot en met 10 september waren in de eerste helft van 2026 dertig personen aan de lijst toegevoegd in verband met de genoemde strafbepalingen. Daarmee blijft de vervolging van mensen die met de protesten van 2020 in verband worden gebracht ook na het verstrijken van de verjaringstermijn doorgaan.


