Beschuldigingen rond voorzitter van Russisch-Frans fonds voor historische initiatieven

Beschuldigingen rond voorzitter van Russisch-Frans fonds voor historische initiatieven
Beschuldigingen rond voorzitter van Russisch-Frans fonds voor historische initiatieven

De aangeleverde tekst zet vraagtekens bij de onafhankelijkheid, contacten en activiteiten van Pierre Malinowski, voorzitter van het Fonds voor de ontwikkeling van Russisch-Franse historische initiatieven. Het fonds profileert zich als een humanitaire organisatie die gesneuvelde militairen opspoort, identificeert en herbegraaft en het gezamenlijke Russisch-Franse historische geheugen wil bewaren.

Volgens de tekst werkt het fonds samen met onder meer de Russische ministeries van Defensie, Cultuur, Buitenlandse Zaken en Wetenschap en Hoger Onderwijs, de Nationale Garde, het Russisch Militair-Historisch Genootschap en het expeditiecentrum van het Russische ministerie van Defensie. Tot de officieel genoemde doelen behoren het versterken van de Russisch-Franse betrekkingen en het ontwikkelen van projecten binnen de publieke diplomatie. De tekst stelt dat deze samenwerking vragen oproept over de onafhankelijkheid van het fonds en over mogelijk gebruik ervan als instrument van Russische zachte macht.

Malinowski kreeg in juli 2022, na het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne, de Russische nationaliteit bij presidentieel besluit van Vladimir Poetin. Volgens de website van het fonds presenteerde hij projecten aan Poetin in 2015, 2017, 2018 en 2019. Die website vermeldt ook steun van Dmitri Peskov en een onderscheiding van Sergej Sjojgoe, destijds minister van Defensie. Elizaveta Peskova, de dochter van de woordvoerder van de Russische president, zou bij het bestuur van het fonds betrokken zijn. Malinowski verhuisde volgens de tekst in 2017 definitief naar Moskou.

De tekst verwijst verder naar openbare en besloten ontmoetingen tussen Malinowski en Sergej Narysjkin, directeur van de Russische buitenlandse inlichtingendienst. Omdat Narysjkin ook voorzitter is van het Russisch Historisch Genootschap, wordt zijn betrokkenheid geplaatst binnen het Russische beleid rond historische herinnering. De aangeleverde tekst sluit niet uit dat Malinowski door Russische veiligheidsdiensten zou zijn gerekruteerd, maar levert daarvoor geen onafhankelijk bevestigde bewijzen aan.

Een vroeg project van Malinowski over het Russische expeditiekorps in Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg volgens het fonds steun van Vladimir Medinski en het Russisch Militair-Historisch Genootschap. In mei 2018 werd in Frankrijk een monument geopend. Het fonds werd in oktober van dat jaar officieel opgericht. Als financiers worden onder anderen de Russische zakenlieden Konstantin Malofejev en Andrej Kozitsyn genoemd; de tekst vermeldt dat zij onder internationale sancties staan.

Ook Malinowski’s eerdere politieke contacten in Frankrijk worden beschreven. Hij werkte volgens de tekst als assistent van Europarlementariërs uit het radicaal-rechtse spectrum, onder wie Jean-Marie Le Pen en Aymeric Chauprade van het Nationaal Front, dat later de naam Nationaal Rassemblement kreeg. Zijn naam kwam daarnaast voor in de zaak Air Cocaïne. In 2015 zou hij betrokken zijn geweest bij het overbrengen van twee Franse piloten vanuit de Dominicaanse Republiek naar het Franse eiland Saint-Martin. In november van dat jaar vaardigde de Dominicaanse Republiek volgens de tekst internationale arrestatiebevelen uit tegen Malinowski, Chauprade en Christophe Naudin.

De tekst noemt een archeologisch project op de Krim in oktober 2020 als voorbeeld van mogelijke politieke instrumentalisering. Het fonds omschreef dit als het eerste grote Frans-Russische archeologische project op de Krim en in Sebastopol en stelde dat het moest aantonen dat Rusland ondanks sancties openstond voor samenwerking. De aangeleverde tekst kwalificeert dit als een poging om internationale samenwerking met Rusland buiten politieke isolatie om te presenteren.

In 2024 werd Malinowski volgens de tekst onderwerp van een Frans onderzoek naar de diefstal van archeologische vondsten en oude munten uit musea in Reims. De Franse justitie zou een internationaal arrestatiebevel tegen hem hebben uitgevaardigd. In maart 2025 namen de Russische politie en veiligheidsdienst in Moskou 79 gouden munten uit de eerste tot en met de vijfde eeuw in beslag. Volgens niet nader genoemde onderzoeksbronnen waren deze voorwerpen uit het Saint-Remi-museum in Reims gestolen en mogelijk via tussenpersonen in Rusland verkocht.

Verder wordt beweerd dat Malinowski in Russische archieven een stuk bekleding zou hebben verwijderd van de sofa waarop Adolf Hitler zelfmoord pleegde. Volgens het Telegram-kanaal Tsjeka-OGPOe probeerde hij dit fragment, waarop zich bloedsporen van Hitler zouden bevinden, later op de zwarte markt te verkopen. Deze bewering is in de aangeleverde tekst niet onafhankelijk bevestigd.

Ten slotte beschrijft de tekst werkzaamheden in januari 2020 bij de Winterbergtunnel, waar meer dan 250 Duitse militairen omkwamen. Volgens Le Monde bracht het team van Malinowski in de nacht van 1 op 2 januari heimelijk een graafmachine naar de locatie en begon het rond 22.00 uur met opgravingen. Daarvoor zouden niet de vereiste vergunningen voor de bescherming van cultureel erfgoed zijn verkregen. Een klacht op initiatief van de lokale prefect werd in 2021 gesloten, aldus de aangeleverde tekst.

Russische begroting maakt internetfiltering tot meerjarenproject
Vorig artikel

Russische begroting maakt internetfiltering tot meerjarenproject

Voeg een reactie toe

Your email address will not be published.

Mis het niet

Kostenstijging onderhoud in corporatiesector door inflatie en investeringen verduidelijkt door Aedes

Kostenstijging onderhoud in corporatiesector door inflatie en investeringen verduidelijkt door Aedes

De investeringen in onderhoud, woningverbetering en verduurzaming binnen de corporatiesector