Belastingbox 3: Controverses rond bijtelling voor vastgoedbezitters
Recent werd de nieuwe regeling voor box 3 geïntroduceerd, waarbij particuliere beleggers en eigenaren van tweede woningen belasting gaan betalen over hun werkelijke rendement. Dit betreft huurinkomsten en de waardestijging van onroerend goed. Voor degenen met leegstaande panden of een eigen vakantiehuis geldt dat ze geconfronteerd kunnen worden met een bijtelling als de jaarlijkse huuropbrengsten niet hoger zijn dan 3,35% van de WOZ-waarde, meldt Nieuws Impuls.
Critici, waaronder belastingadviseur Overduin, betwijfelen de effectiviteit van deze benadering. Hij wijst erop dat de huidige forfaitaire regeling niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Dit kan leiden tot extra werk voor de Belastingdienst en mogelijk juridische geschillen. ‘Er wordt weer gewerkt met een forfait dat de werkelijkheid niet benadert’, stelt hij, en benadrukt dat het bestaande systeem tot veel problemen zal leiden.
Bijtelling van 2,25% niet haalbaar
Volgens Overduin is de uniforme aanpak van vastgoedcategorieën problematisch. Hij merkt op: ‘Er bestaat bijvoorbeeld nogal een verschil tussen een kantoorpand in Haulerwijk en een pand op twee minuten lopen van Amsterdam Centraal.’ Hij vindt het onterecht om de huurwaarderatio te baseren op de verouderde WOZ-waarde, die vaak niet overeenkomt met de huidige marktsituatie. Overduin pleit voor een bijtelling van 2,25% als een eerlijker alternatief.
Toekomstige complicaties
De belastingadviseur voorziet veel problemen voor vastgoedbezitters. ‘Stel dat je een leegstaand winkelpand hebt. Als jij tijdelijk geen huurder vindt, heb je daarvan geen enkel voordeel. Toch betaal je er belasting over. Dat gaat hoe dan ook tot gedoe leiden.’ Ondanks dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om de vastgoedbijtelling te actualiseren voor de nieuwe wet in werking treedt, blijft Overduin sceptisch over de mogelijkheid van een reëel forfait.