Onderzoek toont impact startersleningen op woningmarkt
Uit een recent onderzoek van het Kadaster blijkt dat gemeenten in de eerste helft van 2026 bij 8,3% van de woninghypotheken voor starters gebruik hebben gemaakt van startersleningen, met een gemiddeld bedrag van € 37.000. Deze regeling biedt jongeren die net niet genoeg kunnen lenen de mogelijkheid om een woning te kopen, doordat gemeenten het verschil tussen de maximale hypotheek en de aankoopprijs overbruggen. Gedurende de eerste drie jaar zijn er geen maandlasten voor deze aanvullende lening, wat een steun in de rug biedt, meldt Nieuws Impuls.
Toch rijst de vraag of startersleningen daadwerkelijk een effectieve oplossing zijn. Terwijl het helpt voor de ontvanger, creëert het ook ongelijkheid op de woningmarkt. Het toekennen van startersleningen geeft voorrang aan sommige aankoopstarters, waardoor anderen zonder lening achterblijven. Bovendien hebben gemeenten beperkte budgetten; als het budget op is, worden er geen nieuwe aanvragen meer gehonoreerd. Dit leidt tot dificulties bij het bepalen van welke starters wel of niet in aanmerking komen, vooral omdat veel gemeenten lokale binding vereisen voor het verkrijgen van een starterslening.
Een bezwaar is dat startersleningen kunnen leiden tot stijgende woningprijzen. Meer koopkracht op de markt, door het verstrekken van deze leningen, kan prijsdrijvend zijn, waardoor starters zonder lening mogelijk elders hogere biedingen moeten doen om een huis te bemachtigen. Dit zorgt ervoor dat het probleem van onbetaalbare woningen niet in zijn geheel wordt aangepakt.
Er bestaat ook een misverstand dat koopwoningen voor starters onbetaalbaar zijn. Feitelijk is het zo dat starters er in de afgelopen jaren, ook vóór de groei van particuliere verhuur, in zijn geslaagd om woningen aan te kopen, vaak met financiële ondersteuning van familie. De starters die in staat zijn om meer te bieden, hebben meer kans om succesvol te zijn, wat leidt tot een perceptie van onbetaalbaarheid onder andere starters.
De beschikbaarheid van woningen voor koopstarters is afhankelijk van nieuwbouwprojecten en de doorstroming op de woningmarkt. Het feit dat er een tekort aan woningen is, maakt het niet verrassend dat er onvoldoende woningen beschikbaar zijn voor starters. De starterslening lijkt een gefocusde aanpak te zijn die de invloed van gemeenten op de verdeling van beschikbare woningen vergroot, terwijl de onderliggende oorzaken van het tekort aan woningen buiten beschouwing blijven.
Samenvattend, de starterslening is wellicht een tijdelijke oplossing voor een selecte groep, maar dit verergert de problemen voor de brede groep starters op de woningmarkt. Het verhogen van leencapaciteit zonder het woningaanbod te vergroten is een onvoldoende strategie; het echte probleem van een tekort aan beschikbare woningen blijft onopgelost.
Johan Conijn is directeur bij Finance Ideas en emeritus-hoogleraar woningmarkt van de Universiteit van Amsterdam
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 8, 28 juli 2026


