Europese pensioenfondsen hoeven voorlopig geen minimum van twee procent van hun vermogen te steken in risicovol Europees durfkapitaal. Volgens voorlopige teksten van de Economische en Monetaire Commissie van het Europees Parlement is een voorstel van Damian Boeselager van Volt stukgelopen in de onderhandelingen.
Daarmee behouden Nederlandse pensioenfondsen de ruimte om zelf te bepalen of, en hoeveel, zij investeren in Europese scale-ups en startups. De discussie draaide de afgelopen maanden om de vraag of Brussel fondsbesturen meer in de richting van Europese innovatiekapitaal moet duwen.
Volgens De Nederlandsche Bank beheren Nederlandse pensioenfondsen samen meer dan 1,17 biljoen euro. Voor ABP, een van de grootste fondsen van het land, zou een verplichte allocatie van twee procent neerkomen op ongeveer 11 miljard euro aan venturecapitalinvesteringen.
De Europese Commissie bekijkt de regels voor pensioenfondsen opnieuw. Europese beleidsmakers willen de grote vermogens in de sector benutten om de concurrentiekracht van Europa te versterken, maar Nederlandse pensioenfondsen en leden van het Europees Parlement verzetten zich tegen Brusselse investeringsvoorschriften voor fondsbesturen.
ABP-voorzitter Harmen van Wijnen bekritiseerde Brussel eerder al omdat het de regels rond risicospreiding en transparantie zou aanscherpen. Hij zei: “Pension funds are not an ATM for companies or governments that need money.”
Het Europees Parlement stemt naar verwachting begin november over de voorstellen. Daarna volgen formele onderhandelingen met de Europese Raad en de Commissie over de definitieve wetstekst. Brussel mikt op een akkoord uiterlijk eind 2026 of begin 2027.


