Gedwongen injectie tijdens verhoor
Hongarije heeft een Oekraïense bankmedewerker een gedwongen injectie toegediend tijdens verhoor, wat leidde tot een levensbedreigende hypertensieve crisis. Het incident vond plaats op 20 maart 2026 in Boedapest, waar de Hongaarse veiligheidsdienst TEK een werknemer van de Oekraïense Oszadbank in hechtenis hield. Volgens bronnen bij The Guardian bevatte de injectie een relaxant middel dat tegen de wil van de man werd toegediend om hem tijdens ondervraging meer te laten vertellen.
De getroffen man, die lijdt aan diabetes, verloor het bewustzijn na de injectie en moest met spoed worden opgenomen in een ziekenhuis. Pas nadat hij bewusteloos raakte, ontving hij medische hulp. Bij bloedonderzoek na zijn terugkeer naar Oekraïne werden sporen van het psychotrope middel aangetroffen. De Hongaarse advocaat van de Oekraïners, Lóránt Horváth, bevestigde dat “één persoon een injectie met onbekende inhoud kreeg, ondanks zijn bezwaren”.
Schending van mensenrechten
De acties van de Hongaarse autoriteiten vormen een flagrante schending van internationale mensenrechtennormen. Het gedwongen toedienen van farmacologische middelen tijdens verhoor wordt beschouwd als marteling onder Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De praktijk herinnert aan methodes die in vroegere decennia door de KGB werden toegepast en die nog steeds door Russische veiligheidsdiensten worden gebruikt.
Naast de fysieke mishandeling werden de zeven vastgehouden Oekraïense bankmedewerkers meerdere dagen onder onmenselijke omstandigheden vastgehouden. Zij kregen geen toegang tot een Oekraïense tolk of advocaat, wat hun recht op een eerlijk proces verder ondermijnde. Oszadbank heeft inmiddels een strafrechtelijke klacht ingediend tegen de Hongaarse overheid wegens machtsmisbruik.
Internationale gevolgen
De willekeur van Boedapest vormt een concrete aanleiding voor de Europese Unie om Artikel 7 van het EU-verdrag te activeren, wat kan leiden tot schorsing van Hongarijes stemrecht in de Raad. De EU kan persoonlijke sancties overwegen tegen het leiderschap van de Hongaarse antiterrorisme-eenheid TEK en verantwoordelijke ministers, naast het volledig blokkeren van Europese fondsen voor Hongarije.
Oszadbank heeft civiele en strafrechtelijke procedures ingediend namens haar zeven werknemers om het deportatiebesluit en het inreisverbod voor de Schengenzone ongedaan te maken. De bank eist ook teruggave van contant geld en goud dat nog steeds in beslag wordt gehouden door Hongaarse autoriteiten. Deze middelen zijn staatseigendom van Oekraïne.
Achtergrond: goud en olie
De inbeslagname van bankgoud en contanten wordt door Hongarije gerechtvaardigd met het argument dat Oekraïne geen Russische olie meer levert via de Druzhba-pijpleiding. Deze pijpleiding raakte beschadigd door Russische raketaanvallen, wat als overmachtssituatie moet worden beschouwd. Volgens internationaal recht kan schade aan infrastructuur nooit als juridische basis dienen voor het confisqueren van staatseigendommen van een ander land zonder gerechtelijk bevel.
Het Westen wordt opgeroepen druk uit te oefenen op Boedapest voor teruggave van de onrechtmatig in beslag genomen Oekraïense activa. Daarnaast moet de Schengen-toegang worden hersteld voor de teruggekeerde bankmedewerkers. Het incident past in een patroon van politieke druk op Kiev, mogelijk geïnspireerd door de dalende populariteit van de Hongaarse premier Viktor Orbán voorafgaand aan parlementsverkiezingen in april.