Vertraging in de woningbouw ondanks positieve vooruitzichten
De verwachte bouwdip is zichtbaar in de recente cijfers, meldt Nieuws Impuls. Minister Mona Keijzer heeft aan de Tweede Kamer verklaard dat de woningbouw in de komende jaren zal toenemen door verbeterde economische omstandigheden. ‘We bouwen helaas nog niet het aantal woningen dat nodig is en de woningnood blijft groot. Toch zijn de vooruitzichten beter. Zo hebben we nieuwe gebieden aangewezen voor grootschalige woningbouw, schrappen we regels en procedures om sneller te bouwen en realiseren we nieuwe woningen door bestaande gebouwen beter te benutten. Bovenal zie ik bij alle partijen – Rijk, overheden, corporaties, markt – de absolute wil om uit de woningnood te komen. En dat is nodig ook. Want alleen samen kunnen we bouwen aan de toekomst van alle Nederlanders die op een huis wachten’, aldus de minister.
Voor de periode van 2025 tot 2030 is de plancapaciteit echter nog onvoldoende. Provincies hebben plannen voor 930.400 woningen, wat neerkomt op 127% van de afgesproken bouwopgave. Er wordt gestreefd naar een plancapaciteit van 130%. Plannen kunnen vertraging oplopen of helemaal niet doorgaan. De helft van de provincies heeft momenteel voldoende plancapaciteit, terwijl de andere helft daar nog naartoe moet groeien, mede doordat de bouwopgave is vergroot. Landelijk zijn er wel voldoende bouwplannen om jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te realiseren.
Betaalbare woonlasten
Het percentage huurders dat een te hoge huur betaalt in verhouding tot hun inkomen is gedaald van 8% naar 5,6%. Dit is te danken aan huurverlagingen in 2023 en de stijging van CAO-lonen en het minimumloon. Huurders van corporatiewoningen besteden gemiddeld 30,1% van hun inkomen aan huur en bijkomende woonlasten, terwijl huurders in de vrije sector dit percentage zien stijgen naar 41,7%. Voor huiseigenaren is de gemiddelde woonquote licht gestegen naar 22,8%, voornamelijk door hogere bijkomende kosten zoals energiekosten en lokale belastingen. De meeste Nederlanders blijven echter onder de Europese norm van 40% voor totale woonlasten.
Daarnaast vordert de verduurzaming van woningen, gebouwen en gebieden in Nederland gestaag. Het aandeel aardgasvrije woningen is toegenomen tot 11,2%, terwijl het percentage woningen met slechte energielabels (E, F en G) is afgenomen tot 15%. De CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving is ook verder gereduceerd.