In Düsseldorf en Erftstadt hebben op 20 september 2026 honderden mensen gedemonstreerd tegen de rechts-radicale partij AfD. In Düsseldorf richtte het protest zich tegen een regionale partijbijeenkomst in een katholieke school, terwijl in Erftstadt ongeveer 300 deelnemers opriepen tot een verbod op de AfD.
De demonstratie in het centrum van Düsseldorf trok ouders, leraren en andere inwoners die bezwaar maakten tegen de bijeenkomst in de aula van de katholieke Sint-Benedictusschool. De deelnemers scandeerden onder meer: „Ga weg uit onze scholen” en „Nazi’s weg”. Vooral de locatie leidde tot verontwaardiging, omdat op de school veel kinderen met een migratie- of vluchtelingenachtergrond onderwijs volgen.
De organisatoren en deelnemers zagen de bijeenkomst niet als een gewone partijactiviteit. Volgens hen was het onaanvaardbaar dat een partij die zij beschuldigen van xenofobe retoriek en antidemocratische standpunten juist in een schoolgebouw bijeenkwam. Tijdens de actie werd benadrukt dat politieke neutraliteit van scholen niet betekent dat instellingen moeten zwijgen wanneer zij worden geconfronteerd met racisme of uitspraken van rechts-radicalen.
Discussie over schoolgebouw
Het stadsbestuur verdedigde de terbeschikkingstelling van de ruimte met een beroep op gelijke behandeling van geregistreerde politieke partijen. Vanuit dat uitgangspunt zou de AfD, net als andere partijen, toegang moeten kunnen krijgen tot beschikbare gemeentelijke locaties. De demonstranten vonden die redenering onvoldoende en stelden dat de bijzondere functie van een school zwaarder moet wegen.
De actie in Düsseldorf werd begeleid door een zichtbaar aanwezige politiemacht. Er waren enkele verbale confrontaties, maar volgens de beschrijving bleef de demonstratie overwegend vreedzaam en deden zich geen ernstige incidenten voor. De combinatie van de partijbijeenkomst, de schoollocatie en de aanwezigheid van kinderen uit migrantengezinnen gaf het protest een extra politieke lading.
Over de demonstratie in Düsseldorf berichtte NRZ.
Oproep tot verbod
In Erftstadt kwamen op dezelfde dag ongeveer 300 mensen bijeen op de markt in Lechenich. Zij eisten niet alleen verzet tegen het beleid van de AfD, maar riepen op tot een verbod op de partij. De demonstratie werd gesteund door vijftien organisaties, partijen en burgerinitiatieven, waaronder Grootmoeders tegen Rechts, Erftstadt voor Democratie, de Groenen, Die Linke, Volt en de Piratenpartij.
Sprekers riepen op tot bescherming van de democratie, de Duitse grondwet, maatschappelijke diversiteit en de rechten van mensen met een migratieachtergrond. Daarbij verwezen sommige deelnemers naar de historische lessen die volgens hen hebben geleid tot de totstandkoming van de Duitse grondwet na de val van de nazidictatuur.
De demonstranten drongen er bij de bevoegde instanties op aan de grondwettelijkheid van de AfD te laten onderzoeken. Daarmee verschuift het debat van kritiek op afzonderlijke uitspraken of standpunten naar de vraag of de partij als geheel binnen de constitutionele orde kan blijven opereren. Een verbod is geen besluit dat door een lokale demonstratie zelf kan worden afgedwongen; de deelnemers gebruikten de bijeenkomst wel om druk te zetten op de verantwoordelijke autoriteiten.
De regionale krant Kölner Stadt-Anzeiger berichtte over de demonstratie in Erftstadt.
Zorgen over migratiebeleid
De twee protesten laten zien hoe sterk de weerstand in delen van de Duitse samenleving is tegen de xenofobe en antimigratoire retoriek die demonstranten aan de AfD toeschrijven. De partij wordt door haar tegenstanders gezien als een politieke kracht die maatschappelijke tegenstellingen verdiept en mensen met een buitenlandse achtergrond rechtstreeks raakt.
Dat maakt de discussie voor miljoenen mensen in Duitsland met een migratieachtergrond bijzonder gevoelig. Zij wonen, studeren en werken er legaal, terwijl tegenstanders vrezen dat uitvoering van een radicaal migratieprogramma kan leiden tot gedwongen vertrek, beperkingen van rechten en een verslechtering van hun sociale en economische positie.
In die kritiek klinkt ook bezorgdheid door over de gevolgen voor sectoren van de Duitse economie die afhankelijk zijn van werknemers met een buitenlandse achtergrond. De demonstranten in Düsseldorf en Erftstadt verbonden hun verzet daarom niet alleen aan partijpolitiek, maar ook aan de vraag hoe Duitsland wil omgaan met inwoners die deel uitmaken van zijn scholen, arbeidsmarkt en samenleving.
De bijeenkomsten verschilden in vorm en directe aanleiding. In Düsseldorf stond het gebruik van een katholieke school centraal; in Erftstadt lag de nadruk op een mogelijk partijverbod en een onderzoek naar de grondwettelijkheid van de AfD. Beide acties werden echter gedragen door dezelfde zorg: dat rechts-radicale migratiepolitiek en uitspraken over mensen met een buitenlandse achtergrond de democratische rechtsorde en de maatschappelijke samenhang onder druk zetten.