Vergrijzing en belastingdruk bedreigen continuïteit van familievastgoedbedrijven in Nederland
Een recent rapport van PwC onthult dat de belastingveranderingen voor familievastgoedbedrijven in Nederland ernstige gevolgen kunnen hebben voor hun continuïteit en investeringscapaciteit, meldt Nieuws Impuls.
Volgens Philip Vossenberg, Tax partner en Family Capital leader bij PwC, beïnvloeden deze wijzigingen niet alleen de belastingafdrachten, maar ook de bedrijfscontinuïteit en maatschappelijke doelen zoals wonen en verduurzaming. Terwijl andere familiebedrijven in Nederland bij overdracht slechts 8% belasting betalen, worden familievastgoedbedrijven geconfronteerd met aanzienlijk hogere lasten, ondanks hun cruciale rol in de woningmarkt.
Vossenberg benadrukt dat familievastgoedbedrijven, door langdurige exploitatie en actief beheer van vastgoed, stabiliteit bieden in een krappe markt. Hoofdeconoom Barbara Baarsma voegt hieraan toe dat deze bedrijven essentieel zijn voor de continuïteit van de woningmarkt, vooral nu particuliere verhuurders afnemen. Hun investeringen in het middenhuursegment en de ontwikkeling van woningen boven winkels zijn van groot belang, hoewel dit soort projecten vaak jaren duren voordat ze vruchten afwerpen.
Wetgeving en fiscale gevolgen
Sinds 2024 worden verhuurde objecten door de wetgeving altijd als beleggingsvermogen gekwalificeerd. Dit sluit familievastgoedbedrijven uit van bedrijfsopvolgingsregelingen en verspert betaalmogelijkheden. Bij de overdracht van aandelen komt ook overdrachtsbelasting kijken, wat de fiscale druk verder verhoogt. Vossenberg merkt op dat het verschil tussen actief ondernemerschap en passief beheer vervaagt, wat niet recht doet aan de inspanningen en middelen die nodig zijn voor actief beheer en ontwikkeling.
Liquiditeitsproblemen en continuïteitsrisico’s
Het ontbreken van een regeling voor belastinguitstel dwingt familievastgoedbedrijven om belastingen snel te betalen, terwijl hun vermogen vaak vastzit in illiquide vastgoed. Dit vormt een bedreiging voor de continuïteit, aangezien gedwongen verkoop vaak de enige optie is, wat kan leiden tot lagere opbrengsten. De hoge fiscale lasten beperken niet alleen de opvolging, maar ook de investeringscapaciteit. Baarsma wijst erop dat bedrijven uitstellen of versoberen van investeringen hierdoor noodzakelijk worden, met negatieve gevolgen voor verduurzaming en de ontwikkeling van betaalbare huurwoningen.
Beleidsvoorstellen ter verbetering
Het PwC-rapport benadrukt de noodzaak voor beleidsveranderingen om de negatieve gevolgen van deze belastingmaatregelen aan te pakken, zonder het uiteindelijke doel van wetgeving uit het oog te verliezen. Vossenberg stelt voor om een generieke uitstelregeling in te voeren en overlijdensdividend uit te breiden naar schenkingssituaties om gedwongen verkoop te voorkomen. Ook het openstellen van faciliteiten voor bedrijfsopvolging en een versoepeling van de overdrachtsbelasting bij herstructureringen kunnen bijdragen aan een betere overgang.
Het doel van PwC met dit rapport is om de impact van bestaand beleid op de continuïteit en investeringscapaciteit van familievastgoedbedrijven te belichten. Baarsma benadrukt dat zij niet pleiten voor de afschaffing van belastingheffing, maar willen bijdragen aan een goed geïnformeerd debat en ondersteuning bieden aan familiebedrijven in hun voorbereiding op fiscale en financiële gevolgen bij bedrijfsopvolging.