Russische staatsvoorschotten blijven vastzitten: openstaande vorderingen stijgen naar 16,9 biljoen roebel

Russische staatsvoorschotten blijven vastzitten: openstaande vorderingen stijgen naar 16,9 biljoen roebel
Russische staatsvoorschotten blijven vastzitten: openstaande vorderingen stijgen naar 16,9 biljoen roebel

Russische bedrijven hadden eind 2025 voor 1,5 biljoen roebel aan staatsvoorschotten niet op tijd afgewikkeld. Tegelijkertijd liep het totale bedrag dat de staat van bedrijven te vorderen heeft op tot 16,9 biljoen roebel. Daarmee blijft een groot volume aan overheidsgeld gebonden aan contracten die nog niet volledig zijn uitgevoerd, gecontroleerd of afgesloten.

De cijfers werden op 12 oktober 2026 gemeld door Vedomosti, op basis van de beoordeling door de Russische Rekenkamer van de uitvoering van de federale begroting over 2025. Het opvallendste aan de ontwikkeling is de combinatie van een sterk vertraagde groei en een verder oplopend totaal: de achterstallige voorschotten namen in 2025 minder snel toe, maar verdwenen niet.

Langzamere groei, hogere schuld

De achterstallige vorderingen uit staatsvoorschotten bedroegen in 2020 nog 477,2 miljard roebel. In vijf jaar tijd zijn ze daarmee meer dan verdrievoudigd. Alleen in 2025 kwam er 675,5 miljard roebel bij, een stijging van 4,2 procent.

Dat groeitempo ligt duidelijk onder dat van de voorgaande jaren. In 2022 nam het bedrag met 52,8 procent toe, in 2023 met 32,3 procent en in 2024 met 32,2 procent. De vertraging betekent echter alleen dat het saldo minder snel groeide. Het bestaande bedrag werd niet afgebouwd en steeg ook in 2025 verder.

Uit de beschikbare cijfers valt niet rechtstreeks af te leiden waarom de groei zo sterk afnam. Dat kan samenhangen met minder nieuwe voorschotten, met de afronding van bepaalde contracten of met beide factoren. Een lager groeipercentage is daarom op zichzelf geen bewijs dat het onderliggende probleem is opgelost.

Eind 2025 vormden de achterstallige voorschotten ongeveer 9 procent van alle vorderingen van de staat op bedrijven. Die bredere categorie is in zeven jaar tijd meer dan verviervoudigd: van 3,9 biljoen roebel in 2019 naar 16,9 biljoen roebel in 2025. Dat bedrag komt overeen met ongeveer 39,3 procent van de kasuitgaven van de federale begroting.

Industrie en infrastructuur dragen de grootste bedragen

In het openbaar beschikbare deel van het begrotingsverslag stond het ministerie van Industrie en Handel bovenaan. De vorderingen uit verstrekte voorschotten bedroegen daar 321,2 miljard roebel. In één jaar kwam er 118,5 miljard roebel bij, een stijging van 30 procent.

Het ministerie van Transport volgde met 298,5 miljard roebel. Dat saldo nam toe met 51,3 miljard roebel. Bij het ministerie van Bouw stond 202,1 miljard roebel open, 69,1 miljard meer dan een jaar eerder, oftewel een stijging van 34,6 procent.

De sterkste procentuele groei onder de in het verslag uitgelichte ministeries kwam voor rekening van het ministerie voor de Ontwikkeling van het Verre Oosten en het Noordpoolgebied. Daar liep het bedrag met 70,2 procent op tot 175,4 miljard roebel.

Deze bedragen staan voor geld dat in het kader van overheidscontracten vooruit is betaald, maar waarvan de uitvoering, levering, documentatie of financiële afwikkeling aan het einde van de verslagperiode nog niet volledig was afgerond. Een openstaande vordering bewijst daarom niet automatisch fraude of opzettelijke wanprestatie. Contracten kunnen openblijven doordat werkzaamheden nog lopen, documenten niet zijn goedgekeurd, termijnen zijn aangepast of controles nog niet zijn afgerond. De omvang en duur van de openstaande posten vormen wel een probleem voor het beheer van de begroting.

Waarom voorschotten hun waarde kunnen verliezen

Een belangrijke druk ontstaat wanneer contracten lang lopen en de kosten in de tussentijd stijgen. Als een voorschot wordt berekend op basis van de prijzen van grondstoffen, transport en arbeid op het moment dat het contract wordt gesloten, kan de koopkracht ervan tijdens de uitvoering snel afnemen. Het bedrag dat aanvankelijk toereikend leek, is dan mogelijk al opgebruikt voordat de afgesproken werkzaamheden zijn voltooid.

Bij sommige contracten kan het voorschot volgens de beschikbare informatie oplopen tot een zeer groot deel van de contractwaarde, in bepaalde gevallen tot 100 procent. Wanneer materialen, logistiek en arbeid duurder worden, moeten bedrijven mogelijk eigen geld inzetten om het werk voort te zetten. Dat kan marges verkleinen en betalingsproblemen bij onderaannemers en banken veroorzaken. De genoemde cijfers maken niet duidelijk welk deel van de 1,5 biljoen roebel door deze factor wordt verklaard.

Ook praktische beperkingen kunnen de uitvoering vertragen. Een tekort aan gekwalificeerd personeel, onderbrekingen in de levering van grondstoffen en problemen bij de aanschaf van geïmporteerde apparatuur kunnen ertoe leiden dat een bedrijf wel financiering heeft, maar niet over de mensen, onderdelen of machines beschikt om op tijd te leveren.

Het gevolg kan een vertraagde oplevering zijn, met boetes of het risico op opname in het register van onbetrouwbare leveranciers. Dat mechanisme zegt nog niets over de oorzaak van ieder afzonderlijk openstaand bedrag. Het laat wel zien hoe een contract financieel kan vastlopen voordat de staat de afgesproken prestatie formeel heeft aanvaard.

Contracten aan het einde van het jaar vergroten de druk

De planning van overheidsopdrachten kan de vertraging verder versterken. Contracten die in het vierde kwartaal worden gesloten en vóór 31 december moeten zijn uitgevoerd, laten soms maar enkele weken over voor productie, transport, controle en oplevering. Het voorschot kan dan al zijn betaald terwijl de werkzaamheden nog niet zijn afgerond.

Zonder ondertekende opleveringsdocumenten kan de eindbetaling uitblijven en schuift de verplichting door naar het volgende begrotingsjaar. Aan het begin van dat jaar kunnen budgetlimieten tijdelijk worden geblokkeerd omdat programma’s worden verlengd, aangepast of opnieuw formeel vastgesteld. Ondertussen moet het bedrijf lonen, leveranciers en bankverplichtingen blijven betalen.

Zo’n vertraging bewijst op zichzelf geen onregelmatigheid bij de aanbesteding of uitvoering. Wel kan een administratieve overgang uitgroeien tot een langdurige financiële belasting. Voor de staat blijft het voorschot dan als vordering op de balans staan; voor de uitvoerder kan tegelijk een tekort aan werkkapitaal ontstaan.

Geld dat niet snel opnieuw kan worden ingezet

De betekenis van 16,9 biljoen roebel gaat daarom verder dan de vraag of afzonderlijke bedrijven hun opdrachten uiteindelijk afronden. Zolang contracten niet zijn gesloten, voorschotten niet zijn teruggestort of openstaande posten niet formeel zijn gecorrigeerd, kan het betrokken geld niet zonder meer naar andere projecten worden verschoven.

Ministeries moeten daardoor twee taken tegelijk uitvoeren: controleren of opdrachtnemers leveren wat is afgesproken en bepalen welke voorschotten nog door prestaties worden gedekt en welke moeten worden teruggevorderd. Boetes, vertragingsrente en uitsluiting van het register van onbetrouwbare leveranciers zijn beschikbare instrumenten. De aanhoudende stijging van de vorderingen laat echter zien dat zij de opbouw tot nu toe niet hebben voorkomen.

Het begrotingsbeeld van 2025 is daarmee geen duidelijke stabilisatie. De jaarlijkse groei van de staatsvorderingen vertraagde naar 4,2 procent, terwijl de achterstallige voorschotten opliepen tot 1,5 biljoen roebel en het totale bedrag 16,9 biljoen bereikte. De kernvraag voor de komende jaren is of een verdere vertraging het gevolg zal zijn van daadwerkelijk afgeronde contracten, of vooral van minder nieuwe voorschotten terwijl oude verplichtingen in de boeken blijven staan.

Rusland plant voorarrestcomplex voor 4.000 mensen met miljarden uit de staatskas
Vorig artikel

Rusland plant voorarrestcomplex voor 4.000 mensen met miljarden uit de staatskas

Voeg een reactie toe

Your email address will not be published.

Mis het niet

VNO-NCW uit zorgen over stikstofplan van BBB-minister aan kabinet

VNO-NCW uit zorgen over stikstofplan van BBB-minister aan kabinet

Reacties op nieuwe plannen voor vergunningsprocedures De recent aangekondigde plannen