Shell heeft in het afgelopen kwartaal een veel hogere winst geboekt, die volgens het artikel vooral samenhangt met de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten en de verstoringen op de energiemarkt.
De winst kwam uit op 12,1 miljard dollar, tegen 5,4 miljard dollar in dezelfde periode een jaar eerder. Volgens het artikel profiteert Shell samen met andere oliemaatschappijen van hogere prijzen voor olieproducten.
De oorlog heeft volgens het artikel geleid tot aanvallen op meerdere raffinaderijen in het Midden-Oosten, waardoor de productie van onder meer benzine en diesel is gedaald. Minder aanbod op de markt maakt inkoop duurder.
Ook de opbrengst uit vloeibaar gas nam toe, blijkt uit de kwartaalcijfers. De Europese gasprijs is intussen gestegen tot boven de 100 euro per megawattuur, een niveau dat het artikel vergelijkt met de crisis van 2022.
Daarnaast wijst het stuk erop dat de Straat van Hormuz na een lange periode van volledige blokkade weer wordt gebruikt door tankers, al varen er nog altijd minder schepen dan voor de oorlog in het Midden-Oosten. Shell wil ook meer geld per aandeel uitkeren, wat neerkomt op een hoger dividend voor aandeelhouders.
De hoge winsten van olie- en gasbedrijven zijn in de Nederlandse politiek vaker onderwerp geweest van debat. In het voorjaar keurde een meerderheid van de Tweede Kamer een motie van Pro en D66 goed om zulke extra winsten zwaarder te belasten, al noemt het artikel zo’n heffing lastig omdat Shell inmiddels geen Nederlands bedrijf meer is.
Volgens het artikel worden mogelijkheden voor maatregelen op Europees niveau nog onderzocht.


