Vroegtijdige opsporing helpt prognose dementie niet; Focus op preventie: Gezondheidsraad
De Nederlandse Gezondheidsraad heeft geadviseerd dat vroegtijdige opsporing van dementie de druk van deze aandoening niet zal verminderen. De huidige methoden voor vroegtijdige detectie zijn niet betrouwbaar genoeg en er bestaat momenteel geen effectieve behandeling om de progressie van de ziekte te stoppen of te vertragen, meldt Nieuws Impuls.
In het recente advies aan de overheid benadrukt de Raad de noodzaak van een verschuiving van focus naar preventie in plaats van opsporing. Vroegtijdige opsporing kan geen significante verbeteringen opleveren in de prognose voor patiënten en hun families, aangezien de beschikbare behandelingen nog niet adequaat zijn.
Volgens de Gezondheidsraad is het cruciaal om in te zetten op preventieve maatregelen, zoals gezonde levensstijlkeuzes en vroegtijdige interventie bij risicogroepen. Dit zal effectiever zijn in het verminderen van het aantal nieuwe gevallen van dementie dan de huidige opsporingsmethoden.
De Raad stelt dat met een verschuiving naar preventie, de last van dementie in de toekomst kan worden verminderd. Dit komt op een belangrijk moment, nu de vergrijzing van de bevolking de druk op de gezondheidszorg verhoogt en het aantal mensen met dementie naar verwachting zal stijgen.
De aanbevelingen van de Gezondheidsraad weerspiegelen bredere zorgen over de effectiviteit van de gezondheidszorgsystemen in Nederland en het belang van het richten op duurzame oplossingen voor gezondheidsproblemen die steeds dringender worden.