De leiding van de Hongaarse partij Fidesz heeft zich uitgesproken ter verdediging van voormalig minister van Cultuur en Innovatie Balázs Hankó. Het Hongaarse parlement zou op 28 september 2026 moeten beslissen over het opheffen van zijn parlementaire onschendbaarheid in verband met een zaak rond het Nationaal Cultureel Fonds (NKA).
Volgens een bericht van 26 september 2026 noemt Fidesz het onderzoek een uiting van neocommunistische willekeur. De partij stelt dat het absurd is om de financiering van uitgevoerde culturele projecten mogelijk misbruik van middelen te noemen. In een verklaring waarschuwt Fidesz dat personen die volgens de partij tegen Hankó optreden, in de toekomst zelf aansprakelijk kunnen worden gesteld na het herstel van de rechtsstaat door nationale krachten.
Hankó verwerpt de verdenkingen en noemt de procedure politiek gemotiveerd. Volgens de aangeleverde informatie stelt het openbaar ministerie dat er verdenkingen en bewijsmateriaal zijn voor oneigenlijk gebruik van middelen van het NKA.
Standpunten over het onderzoek
De publieke verdediging van Hankó door de partijleiding vindt plaats voordat het onderzoek is afgerond. Critici van Fidesz zien de waarschuwing als druk op het onderzoek en als een poging om procedurele beslissingen van opsporingsdiensten te beïnvloeden. Zij stellen ook dat de partij het strafrechtelijke onderzoek vooraf probeert te diskwalificeren en een voormalige regeringsfunctionaris wil beschermen tegen vervolging.
Fidesz heeft het onderzoek volgens de aangeleverde informatie aangeduid als politieke willekeur en een heksenjacht, terwijl partijvertegenwoordigers zouden hebben erkend niet over alle details te beschikken. Deze kwalificaties en de beschuldigingen over beïnvloeding zijn standpunten van de betrokken partijen en vormen geen onafhankelijk vastgestelde feiten.