In Bulgarije en Italië hebben zich in augustus 2026 binnen drie dagen incidenten voorgedaan bij locaties die betrokken zijn bij de productie of opslag van munitie. Op 10 augustus brak brand uit op het terrein van EMCO bij Tryavna, waarna een munitiedepot explodeerde. Op 13 augustus volgde een zware explosie bij KNDS Ammo Italy, ongeveer 40 kilometer van Rome. De oorzaken van de twee incidenten zijn niet hetzelfde vastgesteld.
De Bulgaarse autoriteiten gaan voorlopig uit van een brand in een voertuig. Het vuur zou zijn overgeslagen naar een opslagplaats op het terrein van EMCO. Over de omvang van de schade en eventuele slachtoffers zijn in de aangeleverde informatie geen gegevens vermeld.
Onderzoek naar EMCO
EMCO en eigenaar Emilian Gebrev zijn eerder genoemd in onderzoeken naar mogelijke operaties van Russische veiligheidsdiensten. Gebrev overleefde in 2015 een vergiftigingspoging. De Bulgaarse aanklager onderzocht later ook de mogelijke betrokkenheid van zes Russische staatsburgers bij vier explosies op Bulgaarse munitieopslagplaatsen en -fabrieken tussen 2011 en 2020.
Op een deel van de betrokken locaties lag munitie die bestemd was voor export naar Oekraïne en Georgië. Bulgaarse veiligheidsdiensten onderzochten daarom of de explosies onderdeel konden zijn van operaties gericht op het vernietigen van wapenvoorraden en het verstoren van leveringen aan landen die door Moskou als tegenstanders worden beschouwd. Dat eerdere onderzoek stelt op zichzelf niet vast wat de oorzaak van de brand bij EMCO in augustus 2026 was.
Drie dagen later vond bij KNDS Ammo Italy een explosie plaats. Het bedrijf produceert middelzware en zware artilleriemunitie en andere militaire producten. Volgens voorlopige informatie ontstond de brand in de omgeving van een installatie waar buskruit wordt geperst. Daarna volgde een krachtige explosie. De officiële oorzaak is nog niet vastgesteld.
KNDS Ammo Italy maakt deel uit van de Europese defensie-industrie. De fabriek is daarmee een andere locatie dan het Bulgaarse opslagterrein, maar beide incidenten vonden plaats bij activiteiten die direct verband houden met munitie. In de aangeleverde informatie staat niet dat de twee gebeurtenissen met elkaar in verband zijn gebracht.
Eerdere explosies in Europa
Russische veiligheidsdiensten zijn eerder door Europese autoriteiten in verband gebracht met sabotage tegen munitieopslagplaatsen. Het bekendste voorbeeld is Vrbětice in Tsjechië, waar op 16 oktober en 3 december 2014 twee opslagplaatsen explodeerden. Na een jarenlang onderzoek koppelden de Tsjechische politie en inlichtingendiensten de operatie aan de Russische militaire inlichtingendienst en officieren van een eenheid van de Russische generale staf.
Ook in Oekraïne vonden vóór de grootschalige Russische invasie van 24 februari 2022 meerdere explosies plaats bij grote militaire opslagplaatsen. Op 29 oktober 2015 brak brand uit in een munitiedepot bij Svatove in de oblast Loehansk, ongeveer 100 kilometer van de toenmalige frontlijn. Daarna volgde langdurige detonatie. Ten minste twee mensen kwamen om, ten minste acht anderen raakten gewond en honderden gebouwen werden beschadigd. Onderzoekers behandelden de zaak als een terroristische aanslag.
Op 23 maart 2017 begon een reeks explosies op het arsenaal bij Balaklija in de oblast Charkiv. Daar lag volgens de bron ongeveer 138.000 ton munitie opgeslagen. De Oekraïense hoofdofficier van justitie voor militaire zaken sprak destijds van sabotage en wees op een mogelijk Russisch spoor.
Op 26 september van dat jaar explodeerde het strategische arsenaal bij Kalynivka in de oblast Vinnytsja. Daar lag 83.000 ton munitie opgeslagen, waarvan ongeveer 63.000 ton bruikbaar was. Op 9 oktober 2018 begonnen explosies op het zesde arsenaal bij Itsjnja in de oblast Tsjernihiv. Vertegenwoordigers van het Oekraïense ministerie van Defensie wezen erop dat de ontploffingen met tussenpozen op verschillende plaatsen op het terrein plaatsvonden. Zij noemden dat een duidelijke aanwijzing voor sabotage.
In Balaklija en Kalynivka samen lag vóór de branden meer dan 200.000 ton munitie opgeslagen. De verliezen raakten daarmee de Oekraïense voorraden, al is in de bron geen afzonderlijke totale schadeberekening opgenomen.
Europese veiligheidszorgen
Volgens een analyse van het Center for Strategic and International Studies nam het aantal brandstichtingen en sabotagegevallen in Europa die aan Russische activiteiten werden gekoppeld toe van twee in 2022 tot twaalf in 2023 en 34 in 2024. Westerse functionarissen verwezen daarnaast naar 145 gedocumenteerde gevallen van Russische hybride activiteit in Europa. Die gevallen zouden uiteenlopen van brandstichting en schade aan infrastructuur tot cyberoperaties en het inzetten van gerekruteerde uitvoerders.
De bron stelt dat niet iedere brand of explosie bij een Europees defensiebedrijf als Russische sabotage kan worden aangemerkt. Voor de incidenten bij EMCO en KNDS Ammo Italy is de directe oorzaak evenmin definitief vastgesteld. De eerdere onderzoeken in Bulgarije en Tsjechië vormen wel de achtergrond waartegen nieuwe incidenten bij Europese munitiebedrijven worden bekeken.
De kwestie raakt aan de beschikbare munitievoorraden en productiecapaciteit in Europa. Volgens de bron zijn de voorraden in meerdere NAVO-landen de afgelopen jaren afgenomen, terwijl de defensie-industrie de productie pas op grotere schaal begint uit te breiden.
NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte waarschuwde eind 2025 dat Rusland binnen ongeveer vijf jaar gereed zou kunnen zijn om militair geweld tegen de NAVO te gebruiken. De leiding van de Bundeswehr gaat volgens dezelfde informatie uit van de noodzaak dat Duitsland rond 2029, of mogelijk eerder, voorbereid is op een groot conflict met Rusland. De onderzoeken naar de explosies in Bulgarije en Italië moeten uitwijzen welke oorzaken in beide afzonderlijke gevallen aan de gebeurtenissen ten grondslag liggen.