Gemeenten en provincies moeten de komende decennia gemiddeld € 1,5 miljard per jaar investeren in de Nederlandse infrastructuur. Zonder deze extra financiële middelen zullen inwoners en ondernemers aanzienlijke overlast ervaren door langdurige afsluitingen van bruggen en viaducten, waarschuwen de lokale overheden. Deze waarschuwing volgt op de bevindingen van gezamenlijk onderzoek uitgevoerd door provincies en gemeenten, met ondersteuning van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat eind februari werd gepresenteerd, meldt Nieuws Impuls.
Veel infra verouderd
Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van 80% van de infrastructuur in Nederland. Veel van deze infrastructuur is verouderd en vereist dringend onderhoud of vervanging. Bovendien worden gemeenten en provincies geconfronteerd met aanzienlijke kostenstijgingen door een toename van het goederen- en personenverkeer, klimaatverandering, en hogeropgestelde eisen met betrekking tot veiligheid en duurzaamheid.
Als er geen verhoging van het gemeente- en provinciefonds plaatsvindt, dreigen wegen en bruggen voor langere tijd gesloten te moeten worden, stellen VNG en provincies. ‘Een onwenselijke situatie die de bereikbaarheid van dorpen en steden raakt, en ook de regionale economie schaadt’, aldus de betrokken organisaties. Ze benadrukken dat de groei van het gemeentefonds en provinciefonds de stijgende kosten voor infrastructuur niet adequaat volgt. Hierdoor is er onvoldoende budget voor onderhoud en vervanging, laat staan voor uitbreiding van het wegennet.
Jan van Burgsteden, wethouder van Meierijstad en lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit, verklaart: ‘Er is ontzettend veel achterstallig onderhoud aan gemeentelijke infrastructuur. Gemeenten vrezen grote overlast voor inwoners en ondernemers door noodgedwongen, langdurige of zelfs permanente afsluitingen van wegen, bruggen en tunnels. Het is cruciaal dat wegen veilig zijn, scholen, ziekenhuizen en voorzieningen goed bereikbaar zijn, en dat winkels tijdig kunnen worden bevoorraad, zodat werknemers zonder grote vertragingen hun werk kunnen bereiken.’