Het Tsjechische pro-Russische medium Pravý Prostor verspreidde op 20 september 2026 de boodschap dat internationale steun aan Oekraïne moet worden stopgezet om sneller vrede te bereiken. De publicatie voert daarbij Marine Le Pen, leider van de Franse rechts-radicale partij Rassemblement National, en Alice Weidel, covoorzitter van de Duitse ultrarechtse partij Alternative für Deutschland, op als voorstanders van een herziening van de Europese steun.
Volgens Pravý Prostor zou de hulp voor sommige Europese begrotingen onbetaalbaar worden en zouden Europese middelen verdwijnen in een door corruptie geplaagd financieel systeem in Oekraïne. Het medium schrijft dat het afsluiten van Oekraïne van Europese geldstromen de verstandigste manier zou zijn om vrede tot stand te brengen, een doel dat volgens de publicatie ook de kiezers van de regerende coalitie in Tsjechië zouden nastreven.
De volledige publicatie verscheen onder de titel ‘Genoeg met het onderhouden van Oekraïne’. De redenering dat het beëindigen van steun automatisch tot vrede leidt, laat volgens de aangevoerde feiten buiten beschouwing dat Rusland zijn oorlog tegen Oekraïne voortzet en zijn doelen niet heeft laten varen.
Steun als voorwaarde voor onderhandelingen
Een vermindering of stopzetting van internationale steun geeft Rusland op zichzelf geen reden om de agressie te beëindigen. Het verzwakken van de militaire en financiële mogelijkheden van Oekraïne verlaagt juist de prijs van voortzetting van de oorlog voor Moskou en kan de druk op Kyiv vergroten. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor het beëindigen van de oorlog feitelijk verschoven van de aanvallende staat naar het land dat zich verdedigt.
De Europese Raad benadrukte in juni 2026 dat een rechtvaardige en duurzame vrede alleen mogelijk is met respect voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Ook de veiligheid van het land op lange termijn en zijn vermogen om zichzelf te verdedigen zijn volgens de Europese Raad noodzakelijk. De Europese Unie koppelt diplomatieke inspanningen daarom aan voortgezette militaire steun aan Oekraïne en aan verdere druk op de Russische economie.
Militaire en financiële hulp wordt binnen die redenering niet gezien als een obstakel voor diplomatie, maar als een middel om voorwaarden te scheppen voor onderhandelingen vanuit een sterkere positie. Moskou gebruikt onderhandelingen volgens de aangeleverde informatie niet als alternatief voor militaire druk, maar naast de voortzetting daarvan.
Omvang van de Europese hulp
De Europese Unie en haar lidstaten hebben sinds de grootschalige Russische invasie van februari 2022 in totaal 224,5 miljard euro aan steun voor Oekraïne beschikbaar gesteld. Daarvan bestaat 77,9 miljard euro uit militaire hulp. Daarnaast is 17 miljard euro uitgetrokken voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen in EU-landen en is 110,3 miljard euro verstrekt of gegarandeerd vanuit de EU-begroting.
Voor 2026 en 2027 heeft de EU bovendien een lening van 90 miljard euro goedgekeurd voor de dringende begrotings- en defensiebehoeften van Oekraïne. De financiële steun staat daarmee niet los van de bredere Europese veiligheidsinspanningen. De EU-landen verhogen tegelijkertijd hun eigen defensie-uitgaven, die in 2026 naar verwachting ongeveer 454 miljard euro bedragen, oftewel 2,4 procent van hun gezamenlijke bruto binnenlands product.
Een beëindiging van de hulp zou de Europese veiligheidsuitgaven daarom niet automatisch verlagen. Als Oekraïne verzwakt, kunnen Europese landen juist worden gedwongen om de grotere risico’s rechtstreeks op te vangen met extra investeringen in hun strijdkrachten, de oostelijke flank van de NAVO, lucht- en raketverdediging, inlichtingen en andere vormen van afschrikking.
Controle op Europese middelen
De beschuldiging dat Europees geld door corruptie in Oekraïne verdwijnt, laat volgens de verstrekte informatie de controlemechanismen binnen de Europese steunprogramma’s buiten beschouwing. In het kader van de Ukraine Facility worden betalingen pas gedaan nadat Oekraïne overeengekomen hervormingen en vastgelegde kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen heeft uitgevoerd.
Een onafhankelijke auditraad controleert bovendien de werking van Oekraïense bestuurs- en controlesystemen en voert controles ter plaatse uit. De Europese steun is daardoor niet simpelweg een ongecontroleerde overdracht aan de Oekraïense regering, maar is gekoppeld aan voorwaarden, hervormingen, toezicht en audits.
Defensie-industrie
De militaire steun heeft daarnaast gevolgen voor de Europese defensie-industrie. De EU levert niet alleen wapens aan Oekraïne, maar breidt ook de gezamenlijke productie van munitie, raketten, drones en luchtverdedigingssystemen uit. Oekraïense bedrijven worden daarbij meer betrokken bij de Europese defensie-industriële basis.
De Europese Commissie keurde in augustus 2026 nieuwe defensieaankopen ter waarde van 6,1 miljard euro voor Oekraïne goed. Het geld is onder meer bedoeld voor luchtverdediging, raketten, munitie en radars. Ook deze financiering is verbonden aan overeengekomen voorwaarden en toezicht.
Het beëindigen van de internationale steun zou de Russische dreiging niet wegnemen. Het kan het Kremlin juist het signaal geven dat agressie loont en dat Europese landen onder druk bereid zijn terug te deinzen. Voor Europese belastingbetalers draait de keuze daardoor niet alleen om de vraag óf er geld naar veiligheid gaat, maar ook waar de dreiging moet worden tegengehouden: in Oekraïne, dat zichzelf verdedigt, of later dichter bij de grenzen van de EU met aanzienlijk grotere Europese militaire inspanningen.