Op 30 juni werd de nieuwe Regionale InvesteringsAgenda (RIA) gepresenteerd door directeur Harriet Tiemens tijdens het jubileumcongres van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG). Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en mede-initiatiefnemer van het RIA-concept, ontving het document samen met zijn opvolger Co Verdaas, meldt Nieuws Impuls.
Investeringsopgaven
De RIA brengt de investeringsopgaven voor het fysieke domein in samenhang bijeen. Het betreft economie, woningbouw, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, waterbeheer, de transitie van het landelijk gebied, en voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, recreatie en toerisme.
Het concept van de Regionale InvesteringsAgenda werd in 2020 ontwikkeld door Co Verdaas, Tom Daamen en Friso de Zeeuw. In 2024 verscheen onder redactie van Wendy de Hoog de praktijkgids ‘Het ach en wee van één gebiedsportemonnee’.
Breed draagvlak
De Zeeuw benadrukt dat een belangrijk kenmerk van de Arnhem-Nijmeegse agenda is dat de opgaven en projecten relatief concreet zijn uitgewerkt. Tevens wijst hij op het brede draagvlak. ‘Deze RIA is een publiek-private coproductie van de 17 regiogemeenten en de Economic Board Arnhem-Nijmegen, in samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen, precies zoals wij het bedoeld hebben.’
Hij ziet ook kansen in relatie tot de ambitie van het kabinet om te werken met integrale gebiedsbudgetten. ‘Deze RIA biedt een uitstekende basis om dat streven op regionale schaal – als pilot – concreet te maken.’
De eerste praktijkpilot vond plaats in Noord-Holland Noord. Volgens De Zeeuw werd dat experiment voortijdig beëindigd door weerstand vanuit het toenmalige provinciebestuur. Inmiddels hebben meerdere regio’s het instrument opgepakt, waaronder Breda-Tilburg, Holland-Rijnland, De Peel, Twente en Drechtsteden.
Geleidelijk proces
De Zeeuw beschrijft het proces als geleidelijk. ‘Het gaat tergend langzaam, maar stapje voor stapje komen we toch verder.’ Hij ziet de RIA als een middel ‘in de strijd tegen verkokering, fragmentatie, versnippering en vrijblijvend gedroom. En voor krachtenbundeling zonder eindeloos geouwehoer.’