Ruim 200.000 mensen lopen zondagmiddag mee met de Rode Lijn-demonstratie in Amsterdam, volgens een voorlopige schatting van mede-initiatiefnemer Amnesty International. De schatting is gebaseerd op onder meer crowdcontrolprogramma’s en camerabeelden van bovenaf, zegt een woordvoerder.
Het Museumplein, van waaruit de demonstranten een ronde om het Vondelpark lopen, was aan het begin van de middag al volgestroomd met mensen in het rood. De deelnemers betuigen hun steun aan de Palestijnen en eisen van de regering maatregelen tegen Israël en de oorlog in Gaza.
Voor de start van de mars spraken meerdere aanwezigen het publiek toe, onder wie oud-PvdA-minister Lilianne Ploumen. In haar bijdrage riep zij premier Rob Jetten op om direct stappen te zetten, bijvoorbeeld door de militaire samenwerking met Israël stil te leggen.
“dat ook in onze tijd, onder onze ogen, de voortdurende schendingen van het internationaal recht en van de basale mensenrechten van Palestijnen genormaliseerd zijn”
Jetten liet vrijdag weten dat hij het in zijn rol als premier “niet passend” vindt om er zondag opnieuw bij te zijn. Op het plein liepen veel deelnemers met zelfgemaakte borden waarin ze naar zijn afwezigheid verwezen.
Bij de vorige Rode Lijn-demonstratie, in oktober 2025 in Amsterdam, liepen volgens de bron ongeveer 250.000 mensen mee. Daarmee gold die bijeenkomst destijds als het grootste protest in Nederland in twee decennia.


