Russische spaarders kunnen vanaf 2027 te maken krijgen met een ingrijpende wijziging van de belasting op rente-inkomsten. Banken zouden de belasting voortaan zelf moeten berekenen en afdragen, terwijl de rente wordt opgeteld bij salaris en andere inkomsten. Voor huishoudens met een hoog totaalinkomen kan het tarief daardoor oplopen tot 22 procent.
Het Russische ministerie van Financiën diende het wetsvoorstel op 20 oktober 2026 in bij de Staatsdoema. Het ministerie verwacht dat de maatregel de federale begroting jaarlijks meer dan 450 miljard roebel oplevert. Voor spaarders verschuift daarmee niet alleen het moment waarop zij betalen: ook de manier waarop hun rente wordt belast, verandert.
Van jaarlijkse aanslag naar inhouding door de bank
Op dit moment betalen Russische banken de rente eerst volledig uit. De federale belastingdienst brengt daarna de inkomsten uit de verschillende rekeningen van een burger bij elkaar, berekent de verschuldigde belasting en stuurt een aanslag. Die moet uiterlijk op 1 december van het daaropvolgende jaar worden betaald.
Het nieuwe voorstel maakt de banken tot belastingagenten. Bij iedere rentebetaling moeten zij nagaan of de rente boven de vrijgestelde grens uitkomt. Vervolgens houden zij de verschuldigde belasting direct in en maken die over aan de staat. De klant ontvangt de rente dan al na aftrek van de belasting.
De vrijstelling zou volgens de bestaande formule blijven bestaan: 1 miljoen roebel vermenigvuldigd met de hoogste beleidsrente van de Russische centrale bank. Wel zou voortaan de hoogste rente van het voorafgaande jaar als uitgangspunt gelden. Alleen het rentebedrag boven de vrijgestelde grens wordt belast.
Het ministerie presenteert de verandering deels als een vereenvoudiging. Burgers zouden niet langer op een jaarlijkse kennisgeving hoeven te wachten en zouden minder vaak met één grote betaling achteraf worden geconfronteerd. Voor de begroting betekent de regeling tegelijk dat belastinginkomsten eerder en regelmatiger binnenkomen.
Rente wordt onderdeel van het totale inkomen
De belangrijkste inhoudelijke wijziging is dat rente op banktegoeden niet langer apart wordt behandeld. De rente zou worden samengevoegd met loon en andere belastbare inkomsten in de progressieve inkomstenbelasting.
Volgens de beschreven plannen kan dat gevolgen hebben voor mensen met een jaarlijks totaalinkomen boven 2,4 miljoen roebel. Het tarief op rente zou dan, afhankelijk van het totale inkomen, kunnen stijgen van de huidige 13 of 15 procent naar maximaal 22 procent. Niet de omvang van het deposito bepaalt dan op zichzelf het hogere tarief, maar de combinatie van rente, salaris en overige inkomsten.
Een werknemer met een hoog salaris kan daardoor door rente-inkomsten in een hogere belastingschijf terechtkomen. De rente wordt in die situatie niet meer alleen gezien als een afzonderlijke opbrengst van spaargeld, maar als onderdeel van het volledige inkomen van de rekeninghouder.
De hervorming kan daarmee de netto-opbrengst van spaargeld verlagen voor vermogende huishoudens. Vooral mensen die meerdere inkomstenbronnen combineren, moeten afwachten hoe banken het juiste tarief vaststellen wanneer zij niet over alle financiële gegevens van een klant beschikken.
Meerdere banken en terugbetalingen vormen een technisch probleem
De voorgestelde werkwijze roept vragen op bij spaarders met rekeningen bij verschillende banken. Iedere bank ziet in beginsel slechts de rente die zij zelf uitkeert. Daardoor kan een afzonderlijke bank moeite hebben om vast te stellen hoeveel rente de klant in totaal ontvangt en welke belastingschijf uiteindelijk van toepassing is.
Ook het terugbetalen van te veel ingehouden belasting is nog niet duidelijk geregeld. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer meerdere banken ieder afzonderlijk belasting inhouden, wanneer inkomsten in de loop van het jaar veranderen of wanneer achteraf blijkt dat een andere vrijstelling of belastingschijf had moeten gelden.
Het wetsvoorstel moet daarom nog uitwijzen welke instantie het totaal opnieuw berekent en hoe een teveel betaald bedrag wordt teruggestort. Zonder een goed afgestemd systeem kan de administratieve last juist verschuiven van de belastingdienst naar banken en rekeninghouders.
Een lastig overgangsjaar
De automatische inhouding zou volgens de plannen in 2027 beginnen. Tegelijk kunnen er nog belastingverplichtingen openstaan over rente-inkomsten uit 2026, die volgens het oude systeem worden afgehandeld. Burgers zouden dan een aanslag over het vorige jaar moeten betalen terwijl banken al belasting inhouden op nieuwe rentebetalingen.
Of daardoor daadwerkelijk een volledige dubbele last ontstaat, hangt af van de overgangsbepalingen in de definitieve wet. Wel kan de combinatie van een betaling over 2026 en directe inhoudingen vanaf 2027 tijdelijk druk zetten op de beschikbare middelen van gezinnen met grote spaartegoeden.
Vooral langlopende deposito’s kunnen door de nieuwe berekening minder aantrekkelijk worden. Bij contracten met een looptijd van drie of vijf jaar wordt de rente vaak pas aan het einde uitgekeerd. Een grote gebundelde rentebetaling kan het inkomen in één belastingjaar sterk verhogen en de rekeninghouder tijdelijk in een hogere schijf duwen.
Dat kan sommige spaarders ertoe aanzetten kortere deposito’s te kiezen, waarbij de rente vaker wordt uitgekeerd. Het is nog onzeker of dit op grote schaal zal gebeuren; de reactie hangt af van de definitieve tarieven, de overgangsregels en de voorwaarden van banken. Voor banken zou een verschuiving naar kortere looptijden wel betekenen dat zij over minder stabiele financiering voor leningen beschikken.
De maatregel maakt banken dus tot een direct onderdeel van de belastinginning en verbindt spaarrente nauwer met het totale inkomen van burgers. De belangrijkste openstaande punten zijn de behandeling van meerdere rekeningen, de terugbetaling van te veel ingehouden bedragen en de overgang tussen beide systemen. Meer details over het voorstel zijn gepubliceerd door het Russische ministerie van Financiën en de voorgestelde wijzigingen.


