Russische oliemaatschappijen hebben tussen mei en september 2026 bijna 60 procent van de brandstofcontracten op de beurs van Sint-Petersburg niet volledig uitgevoerd. Volgens berichtgeving over de Russische brandstofmarkt hangt de verslechtering samen met schade aan raffinaderijen na Oekraïense droneaanvallen. Marktpartijen zeggen dat beschikbare brandstof eerst naar prioritaire afnemers gaat. Kopers melden tegelijk dat zij vaak geen bevestiging krijgen wanneer een leverancier zich op overmacht beroept.
De cijfers zijn gemeld op 5 september 2026. In de onderzochte periode werd gemiddeld 41 procent van de benzinecontracten daadwerkelijk afgerond. Een vijfde van de overeenkomsten eindigde in een wanprestatie of werd geannuleerd. Nog eens 39 procent was op dat moment niet gesloten. Bij 24 procent van de contracten liep de vertraging bij de levering al langer dan de norm van dertig dagen.
Grootste verplichtingen bij Lukoil en Rosneft
Het grootste deel van de openstaande verplichtingen kwam voor rekening van Lukoil en Rosneft. Van de niet-uitgevoerde contracten was 46 procent verbonden aan Lukoil en 28 procent aan Rosneft. Bij meer dan de helft van de onafgeronde Rosneft-contracten bedroeg de vertraging meer dan een maand. Bij Lukoil gold dat voor bijna een derde van de contracten.
De oliemaatschappijen geven volgens marktdeelnemers voorrang aan staatsopdrachten. Daarbij gaat het om leveringen aan defensie- en industriële ondernemingen, landbouwbedrijven, gemeenten en organisaties die betrokken zijn bij de bevoorrading van afgelegen noordelijke gebieden. Ook de eigen tankstations van grote, verticaal geïntegreerde concerns zouden prioriteit krijgen. Onafhankelijke tankstations zijn voor hun bevoorrading vaker aangewezen op de beurs of op tussenhandelaren.
Informatie over de leveringsproblemen is onder meer gepubliceerd door Bezformata en gedeeld via een Russischtalig Telegram-kanaal. De berichten beschrijven een markt waarin vooruitbetaalde partijen benzine soms voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. Voor kopers maakt dat het moeilijk om een formele wanprestatie vast te stellen en een contractuele vergoeding te claimen.
Lagere productie bij raffinaderijen
De Russische statistiekdienst Rosstat registreerde in mei een daling van de productie van olieproducten met 13,5 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. In juni liep de daling op tot 21,7 procent. In juli lag de productie 19,3 procent lager dan een jaar eerder.
De cijfers worden in de berichtgeving in verband gebracht met schade aan Russische olieraffinaderijen na aanvallen met Oekraïense drones. De aanvallen worden door Oekraïne uitgevoerd in het kader van de oorlog tegen Rusland. De verstoring raakt vooral de productie en beschikbaarheid van brandstoffen die op de binnenlandse markt worden aangeboden.
Volgens de aangeleverde marktgegevens bedroeg de onvervulde vraag op 1 september 40,74 duizend ton voor benzine van het type AI-92 en 32,64 duizend ton voor AI-95. Tegelijkertijd ontstond een groter verschil tussen beursnoteringen en de prijs van feitelijke levering. Onafhankelijke tankstationketens weken daardoor vaker uit naar de buitenbeursmarkt, waar brandstof volgens de berichtgeving aanzienlijk duurder is.
Overmacht en leveringszekerheid
Leveranciers beroepen zich bij vertraagde of uitblijvende leveringen geregeld op overmacht. Kopers zeggen dat die claims niet altijd met officiële documenten worden onderbouwd. Daardoor blijft voor afnemers onduidelijk of zij een contract kunnen beëindigen, een boete kunnen eisen of op een latere levering moeten wachten.
De problemen vergroten volgens marktpartijen de druk op onafhankelijke tankstations en handelaren. Zij kopen brandstof in tegen hogere prijzen en hebben minder zekerheid over het moment van levering. In de aangeleverde analyse wordt gewaarschuwd dat kleinere netwerken daardoor verliezen kunnen lijden en in het uiterste geval failliet kunnen gaan. Dat zou de concurrentie op de Russische brandstofmarkt verder kunnen beperken. Die ontwikkeling wordt in de bron als een risico beschreven, niet als een reeds vaststaand resultaat.
De Russische president Vladimir Poetin heeft gezegd dat bij de getroffen raffinaderijen nog ongeveer 10 procent van de capaciteit moet worden hersteld. In de berichtgeving wordt die uitspraak naast de handelsgegevens gelegd. Die laten zien dat sinds mei bijna 60 procent van de benzinecontracten niet volledig is uitgevoerd en dat achterstanden en annuleringen zijn blijven bestaan.
De brandstofproblemen hadden volgens de aangeleverde informatie ook gevolgen voor het wegtransport in Rusland. In de zomer van 2026 stegen de kosten van autotransport sterk. Transporteurs zouden meer tijd kwijt zijn geweest aan wachten bij tankstations en routes hebben moeten aanpassen. Omdat logistieke kosten onderdeel zijn van de prijs van goederen, werden de gevolgen ook zichtbaar bij producten en industriële goederen. De bron koppelt dat aan extra inflatiedruk.
Daarnaast zou Rusland door de lagere binnenlandse productie meer brandstof moeten importeren om tekorten aan te vullen. De aangeleverde informatie stelt dat dit druk legt op de overheidsinkomsten uit binnenlandse brandstofverkopen en op de beschikbare valutareserves. Hoe lang de leveringsproblemen aanhouden, hangt volgens de marktgegevens samen met het herstel van de beschadigde raffinagecapaciteit en de beschikbaarheid van brandstof voor niet-prioritaire afnemers.


