In Nederland zijn er aanzienlijke verschillen in de ruimte-voor-ruimte-regelingen die de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen met woningbouw in het buitengebied verbinden, meldt Nieuws Impuls.
Een recente inventarisatie van KavelScout heeft aangetoond dat de ontwikkelmogelijkheden sterk variëren tussen de twaalf provincies en 342 gemeenten. De regels zijn niet alleen van belang voor boeren die stoppen, maar ook voor ontwikkelaars die agrarische locaties verwerven.
Grote verschillen
De provinciale verschillen zijn opmerkelijk. In Zeeland is 500 m² gesloopte schuur voldoende voor de ontwikkeling van één woning. Groningen, Drenthe en Utrecht stellen 750 m² als voorwaarde, terwijl Friesland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Overijssel 1.000 m² vereisen. Voor glasopstanden gelden deels andere normen.
Noord-Holland neemt een unieke positie in, waar volgens de inventarisatie geen minimale sloopoppervlak vereist is voor maximaal twee woningen, mits andere bedrijfsbebouwing ook wordt verwijderd.
Dit leidt ertoe dat dezelfde voormalige agrarische loods op verschillende locaties een totaal ander ontwikkelingspotentieel kan hebben. In Zeeland kunnen bijvoorbeeld twee woningen worden ontwikkeld met 1.000 m² sloop, terwijl in Friesland hetzelfde aantal sloop slechts één woning oplevert.
Gevolgen voor grondwaarde
Deze verschillen hebben directe gevolgen voor de waarde die ontwikkelaars aan stoppende agrarische bedrijven of erven kunnen toekennen. Hoe meer woningbouw door sloop kan worden gefaciliteerd, hoe hoger de potentiële opbrengst van herontwikkeling. De uiteindelijke mogelijkheden blijven echter afhankelijk van de specifieke locatie en het provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleid.
Bovendien is het belangrijk op te merken dat de systematiek niet overal gelijk is. Limburg heeft sinds 2023 geen provinciale ruimte-voor-ruimte-regeling meer, en ook Gelderland en Flevoland hanteren volgens de inventarisatie geen provinciale sloopnorm. Gemeentelijk beleid kan daar echter alsnog mogelijkheden creëren.
Brabant kiest voor maatwerk
Noord-Brabant wijkt eveneens af van de standaard. Alle 2.916 traditionele ruimte-voor-ruimte-bouwtitels zijn sinds begin 2025 toegewezen, waardoor er geen losse bouw- of maatwerktitels meer kunnen worden gekocht. Nieuwe initiatieven worden nu beoordeeld via Maatwerk omgevingskwaliteit, waarbij sloop of natuurontwikkeling als tegenprestatie voor woningbouw wordt benut.
Voor ontwikkelaars betekent dit dat er niet langer simpelweg een bouwtitel kan worden gekocht en aan een geschikte locatie kan worden gekoppeld. De ontwikkelmogelijkheid en de vereiste verbetering van de omgeving worden nu als één project beoordeeld. Dit biedt echter ook meer ruimte voor verschillende woningtypen binnen de Brabantse regeling.