Nieuwe Omgevingsvisie Zuid-Holland: Uitzonderingen op bouwstop en zorgen over windenergie
De provincie Zuid-Holland heeft aangekondigd dat er uitzonderingen worden gemaakt op de aangekondigde bouwstop buiten bestaande bebouwing, met name voor enkele grote buitenstedelijke bouwlocaties en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen. Dit volgt op het principe dat niet alle onbebouwde ruimte behouden kan blijven. Begin juni zal Provinciale Staten hierover stemmen, meldt Nieuws Impuls.
De nieuwe Omgevingsvisie voorziet in de introductie van een regeling voor ‘bedrijfje erbij’, waarmee beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen mogelijk wordt gemaakt. Voor bestaande bedrijventerreinen zijn er vernieuwde regels, waaronder een verbod op de vestiging van lichtere bedrijven in omgevingsplannen van zwaardere bedrijventerreinen. Gevestigde bedrijven kunnen gebruik maken van overgangsrecht, met mogelijkheden voor een uitsterfregeling. Bovendien wordt functiemenging toegestaan op belangrijke campussen, zoals het Leiden Bio Science Park en de TU Delft Campus.
In de nieuwe richtlijnen is ook aandacht voor de stads- en dorpsgebieden, waar genoeg ruimte voor voorzieningen zoals sport, onderwijs en zorg gewaarborgd moet zijn. Een ondergrens van 33 woningen per hectare is toegevoegd, hoewel afwijkingen mogelijk zijn met goede motivatie. Echter, er zijn zorgen geuit dat deze ondergrens te streng is voor landelijke gemeenten, wat leidde tot aanpassingen in de visie.
Besluit over windenergie: Zorg over landschapseffecten
De provincie heeft daarnaast het aantal primaire zoekgebieden voor windenergie nagenoeg gehalveerd, van negen naar drie, na klachten van inwoners over landschapsvervuiling. Van de 825 ingediende zienswijzen gaan er 632 over windenergie, met grote bezorgdheid over de effecten op natuur, geluidshinder en gezondheid. De gekozen gebieden zijn nu Kaag en Braassem-Polder Vierambacht, Alphen aan den Rijn-Polder Groenendijk en Alphen aan den Rijn/Bodegraven-Polder Steekt/Binnenpolder, waarbij het laatste gebied naar het zuiden is verlengd. De overige gebieden worden aangeduid als secundaire zoekgebieden. Gemeenten hebben de vrijheid om kleinere windturbines tot 30 meter hoogte zelf te plaatsen.