De samenwerking tussen Rusland, China, Iran en Noord-Korea wordt volgens Bloomberg steeds hechter en verbindt conflicten in Europa, het Midden-Oosten en Azië. De vier landen hebben verschillende belangen, maar delen volgens de Amerikaanse nieuwsdienst het doel om de Verenigde Staten en het westerse bondgenootschapssysteem te verzwakken.
De oorlog van Rusland tegen Oekraïne vormt een belangrijk onderdeel van die ontwikkeling. Sinds de grootschalige invasie van 2022 en de daaropvolgende internationale isolatie is Moskou volgens Bloomberg sterker afhankelijk geworden van autoritaire partners. Die samenwerking beperkt zich niet tot diplomatieke steun of handel.
China heeft de Russische economie ondersteund met handel en leveringen van technologie. Iran leverde drones. Noord-Korea voorzag Rusland volgens Bloomberg van munitie en raketten en bood daarnaast militaire steun. De samenwerking verloopt ook in de andere richting.
Militaire en technologische steun
Rusland deelt volgens de analyse inlichtingen en militaire technologie met Iran. Moskou helpt Noord-Korea bij de ontwikkeling van zijn militaire capaciteiten en beschermt Pyongyang tegen internationale druk. China krijgt op zijn beurt toegang tot Russische militaire ontwikkelingen, waaronder technologie voor luchtverdediging en onderzeebootbestrijding.
Daarmee ontstaat een systeem waarin de vier landen elkaar op verschillende terreinen ondersteunen. Bloomberg schrijft dat de oorlog in Oekraïne, de confrontatie in het Midden-Oosten en mogelijke crises in Azië daardoor nauwer met elkaar verbonden raken. De precieze belangen van de landen lopen uiteen, maar hun samenwerking biedt ieder van hen mogelijkheden om westerse druk te omzeilen of militaire capaciteiten uit te breiden.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de militaire oefeningen van Rusland en China. Die vonden plaats van de Oost-Chinese Zee tot het Arctisch gebied. Moskou en Peking laten daarmee volgens Bloomberg zien dat hun samenwerking in een ernstige internationale crisis verder kan gaan dan economische betrekkingen.
De ontwikkeling raakt volgens de analyse rechtstreeks aan de Europese veiligheid. Oekraïne, het Midden-Oosten en de Indo-Pacifische regio konden eerder als afzonderlijke veiligheidsvraagstukken worden bekeken. In het beschreven patroon worden de verbanden tussen die gebieden belangrijker.
De steun aan Oekraïne wordt daarmee volgens Bloomberg onderdeel van een bredere strijd om de veiligheid van Europa. De oorlog gaat in deze benadering niet alleen over de controle over Oekraïens grondgebied, maar ook over de machtsverhoudingen die zich op het Europese continent en daarbuiten kunnen vormen.
Beperkte ruimte voor toenadering
Een mogelijke strategie om Rusland met concessies los te weken van China lijkt volgens Bloomberg minder realistisch te worden. In de analyse wordt die gedachte aangeduid als een soort ‘omgekeerde Kissinger’: een poging om Moskou van Peking te verwijderen door Rusland tegemoet te komen. De belangen van de vier regimes zouden daarvoor te sterk met elkaar verweven zijn.
De samenwerking betekent volgens Bloomberg niet dat de wereld al in een mondiaal conflict van de schaal van de Tweede Wereldoorlog terecht isgekomen. Wel ontstaat volgens de nieuwsdienst een andere risicovolle situatie, waarin autoritaire staten elkaar helpen oorlogen te voeren, internationale druk te ontwijken en op verschillende plaatsen tegelijk spanningen te veroorzaken.
Voor Europa ligt de nadruk in die analyse op het tegengaan van Russische militaire druk en het voortzetten van steun aan Oekraïne. Die kwesties worden door Bloomberg verbonden met de bredere vraag welke machtsbalans zich de komende decennia in Europa en daarbuiten ontwikkelt.
De samenwerking tussen Rusland, China, Iran en Noord-Korea blijft daarmee een onderwerp dat zich over meerdere regio’s en beleidsterreinen uitstrekt.