De regio West-Friesland, volgens Esther Rommel een nationale en internationale koploper op verschillende gebieden, heeft behoefte aan meer erkenning buiten haar grenzen, meldt Nieuws Impuls.
Rommel wijst op de aanwezigheid van internationaal opererende bedrijven, innovatieve sectoren en een sterke economische basis, waarvan Seed Valley, Agriport A7, NRG PALLAS en het maritieme cluster belangrijke onderdelen zijn. Daarnaast benadrukt zij de waarde van de leefomgeving, met Hoorn die wordt vergeleken met Barcelona aan het Markermeer, en de ongekende saamhorigheid in de dorpen.
Bois & Lombre
Hoorn is niet alleen in Nederland bezig met een internationale uitstraling. Het Amsterdamse project van ontwikkelaar Pinnacle, eerder in handen van Bernhard van Oranje, is een voorbeeld. Dit project transformeerde het voormalige ING-complex aan de Haarlemmerweg naar De Voortuinen, waarbij het aangrenzende Bos en Lommer werd gepresenteerd als ‘Bois & Lombre’, wat dat leidde tot hilariteit in Amsterdam.
Een volledig Franstalige metrokaart van de hoofdstad kwam tot stand, met onder andere Rue Jean de Gâle voor de Jan van Galenstraat en Rue des Postes voor de Postjesweg.
Amsterdam Lake District
Amsterdam komt vaak voor in bijzondere “territoriale claims”. De Friese meren worden in sommige toeristische uitingen als het Amsterdam Lake District gepresenteerd, en het strand wordt niet aan Zandvoort, maar aan Amsterdam Beach toegeschreven.
Rommel benadrukt het belang van een sterk verhaal voor West-Friesland. Het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord is daarbij cruciaal, en wordt ontwikkeld in samenwerking met Regio Alkmaar, Regio Kop van Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de provincie.
‘Geen witte vlek meer’
Dit ontwikkelperspectief richt zich op de vraagstukken rondom wonen, werken, bereikbaarheid, recreatie en waterbeheer, en is bedoeld om de regio meer invloed te geven bij toekomstige beslissingen van het Rijk. Rommel merkt op dat deze gezamenlijke inspanning al vruchten afwerpt: ‘We zijn geen witte vlek meer voor het Rijk.’