Vier grote migrantenorganisaties in Duitsland vragen de federale regering en de deelstaten om extra bescherming voor vluchtelingen en andere kwetsbare groepen. Aanleiding is de verkiezingsoverwinning van de AfD in Saksen-Anhalt en de vrees dat migranten vaker met racistische bedreigingen en discriminerende overheidsbesluiten te maken krijgen.
De organisaties stuurden volgens ZDFheute op 21 september 2026 een gezamenlijke brief aan bondskanselier Friedrich Merz en de regeringsleiders van de deelstaten. Ze vragen daarin om een speciale commissie voor de bescherming van minderheden, een federaal veiligheidsfonds en versoepeling van de regels die bepalen waar vluchtelingen moeten wonen.
De brief is ondertekend door LAMSA, het netwerk van migrantenorganisaties in Saksen-Anhalt, BKMO, de federale koepel van migrantenorganisaties, TGD, de Turkse gemeenschap in Duitsland, en DaMOst, de koepel van migrantenorganisaties in Oost-Duitsland.
Drie voorstellen voor bescherming
De gevraagde commissie zou niet alleen racistische incidenten moeten registreren. Volgens de organisaties moet zij ook onderzoeken hoe politie, gemeenten en andere overheidsdiensten reageren, of slachtoffers daadwerkelijk hulp krijgen en waar verantwoordelijkheden tussen Berlijn, deelstaten en gemeenten tekortschieten.
Een onafhankelijk meldpunt of hulpmechanisme moet ervoor zorgen dat mensen bedreigingen kunnen melden zonder volledig afhankelijk te zijn van lokale instanties. Dat is vooral van belang voor vluchtelingen die vrezen dat een klacht gevolgen kan hebben voor hun verblijfsstatus of hun contact met overheidsdiensten.
Het voorgestelde veiligheidsfonds zou geld beschikbaar moeten stellen aan migrantenorganisaties en andere maatschappelijke instellingen. Die bieden vaak advies, begeleiding en noodhulp, maar beschikken niet altijd over voldoende middelen om snel te reageren wanneer bedreigingen of aanvallen toenemen. De organisaties pleiten daarom voor structurele financiering in plaats van tijdelijke steun na afzonderlijke incidenten.
De derde eis betreft de woonplaatsverplichtingen voor vluchtelingen. Als die regels worden versoepeld, kunnen mensen die zich onveilig voelen gemakkelijker verhuizen naar een plaats met betere bescherming, hulpverlening of sociale voorzieningen. Zo’n wijziging zou wel gevolgen hebben voor de verdeling van vluchtelingen over Duitsland en daarom afstemming met de deelstaten en gemeenten vereisen.
Vrees voor gevolgen van AfD-beleid
De zorgen van de organisaties hangen samen met de koers die de AfD uitdraagt rond zogenoemde remigratie. De partij gebruikt die term voor een beleid van grootschalige terugkeer, maar de precieze politieke uitwerking ervan staat niet vast. De migrantenorganisaties vrezen dat een grotere invloed van de partij kan leiden tot discriminerende besluiten, meer druk op mensen met een migratieachtergrond en een ruimer gebruik van gedwongen uitzettingen.
Dat zijn waarschuwingen over mogelijke toekomstige ontwikkelingen, geen vastgestelde overtredingen door een nieuwe deelstaatregering. De organisaties willen juist vooraf duidelijk maken welke grenzen voor overheidsbeleid gelden wanneer de AfD meer invloed krijgt op het bestuur.
Daarbij wijzen zij op de rol van deelstaatpolitie, scholen en overheidsdiensten. Deze instellingen bepalen in het dagelijks leven mede of mensen toegang krijgen tot veiligheid, onderwijs, sociale voorzieningen en administratieve procedures. Volgens de organisaties kan een politieke verschuiving daardoor direct voelbaar worden voor migranten en vluchtelingen, ook als formele grondrechten ongewijzigd blijven.
Verantwoordelijkheid van Berlijn
De oproep is niet alleen gericht op praktische steun. De vier organisaties vragen de federale regering ook om een duidelijke politieke en juridische ondergrens te formuleren. Grondrechten en bescherming tegen discriminatie zouden volgens hen in heel Duitsland moeten gelden, ongeacht welke partij een deelstaat bestuurt.
Een landelijke commissie kan bovendien helpen om verschillen tussen regio’s zichtbaar te maken. Waar de ene gemeente snel bescherming en juridisch advies biedt, kan elders onduidelijk zijn bij welke instantie slachtoffers terechtkunnen. Een onafhankelijk systeem zou die afhankelijkheid van lokale capaciteit moeten verkleinen.
Het is nog niet bekend of de federale regering de voorstellen overneemt. Daarmee blijft de centrale vraag open: komt er een gezamenlijk beschermingskader vanuit Berlijn, of blijft de veiligheid van migranten vooral afhangen van de keuzes en middelen van afzonderlijke deelstaten en gemeenten?


