Het vooruitzicht van Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag zet Nederlandse partijen onder druk, met ABN Amro als een van de opvallendste namen. De bank zit volgens de bron “zwaar in de maag” met de situatie, nog voordat de maatregelen in april van kracht moeten worden.
Nederland en de Europese Unie hebben zes maanden gekregen om de Verenigde Staten via diplomatie te bewegen de geplande sancties van tafel te krijgen. Toch begint de tijd volgens de bron al te dringen voor bedrijven die diensten leveren aan het ICC.
Het strafhof heeft bij ABN Amro een bankrekening, onder meer om donaties op te ontvangen, staat op de website van het hof. ABN Amro zegt desgevraagd geen uitspraken te doen over individuele klanten en zich “altijd aan de geldende wet- en regelgeving” te houden.
De gevoeligheid voor de bank zit niet alleen in die ICC-relatie. ABN Amro heeft in de Verenigde Staten nog altijd een Amerikaanse bankvergunning voor een divisie die voor grote handelaren transacties op de financiële markten afhandelt.
Die zogenoemde clearing bank was vorig jaar goed voor 20 procent van de jaarwinst van ABN Amro. Volgens de bron zit de bank via die vergunning in de “houdgreep” van de Amerikaanse justitie.
Premier Jetten sprak tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York aanvankelijk stevig over de noodzaak dat de VS de handen van het ICC afhoudt. Nadat de sancties kort daarop alsnog werden aangekondigd, zei hij te hopen dat er intussen “een passende oplossing” zou worden gevonden met de VS.
De Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Joe Popolo, schreef in een ingezonden brief in het FD dat er volgens hem weinig te onderhandelen valt. De sancties gaan volgens hem alleen van tafel als “elke bedreiging voor Amerikaanse burgers wordt geneutraliseerd”.
Achter de schermen wordt ondertussen gezocht naar een manier waarop het ICC kan blijven functioneren als de Amerikaanse sancties daadwerkelijk worden ingevoerd.


