Groot onderzoek naar misstanden bij vruchtbaarheidsklinieken gevorderd
Er moet een groot landelijk onderzoek komen naar misstanden bij vruchtbaarheidsklinieken. Daarvoor pleiten verschillende organisaties na nieuwe onthullingen over fouten die zijn gemaakt met donorzaad. Volgens de organisaties moeten de misstanden niet los van elkaar worden bekeken maar als één geheel, meldt Nieuws Impuls.
“Het wordt steeds per kliniek onderzocht,” zegt Jelmer Soes van expertisecentrum Fiom. Fiom beheert de DNA-databank van donoren en donorkinderen. “Maar het is nu zo vaak op verschillende plekken misgegaan.”
Historicus Adriejan van Veen van de Radboud Universiteit onderzoekt hoe inseminatiefraude tussen de jaren ’70 en 2004 werd gepleegd. “Om te begrijpen hoe en waarom dit kon gebeuren, moet je naar het systeem kijken,” benadrukt hij. “Niet naar losse artsen of incidenten. Er moet tot op de bodem worden uitgezocht hoe dit kon gebeuren.”
Misstanden
Sinds de jaren ’40 is kunstmatige inseminatie met donorzaad mogelijk in Nederland. De afgelopen jaren blijken er veel gevallen van fraude te zijn ontstaan. Dit wordt nu pas ontdekt doordat DNA-onderzoek het afgelopen decennium toegankelijker is geworden voor donorkinderen.
Artsen zoals Jan Wildschut en Jan Karbaat verwekten in de jaren ’80 en ’90 stiekem tientallen kinderen met hun eigen zaad. Iets soortgelijks deden de Leidse gynaecoloog Jos Beek en een voormalig gynaecoloog van het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate.
De misstanden omvatten ook massadonatie. Sinds 2004 zijn er naar schatting zeker 85 massadonoren geweest. Een zaaddonor is een massadonor als hij meer dan 25 kinderen verwekt. Dit maximum werd ingesteld in de jaren ’90, maar het kon worden omzeild door zich bij meerdere klinieken aan te melden.
Sommige massadonoren hebben meer dan honderd nakomelingen, zoals Ed Houben en Jonathan Meijer. Sinds 2018 is het maximaal aantal kinderen per donor verminderd naar 12.
‘Taak van overheid’
Onder de organisaties die pleiten voor een landelijk onderzoek zijn de Stichting Donorkind en Priamos, de belangenvereniging voor zaaddonoren. Laatstgenoemde wijst naar de overheid. “Het is taak van de overheid om in deze sector van de gezondheidszorg, waar al zo veel fout is gegaan, de regie te nemen en alles goed te onderzoeken,” stelt Ester de Lau van Stichting Donorkind.
Kamerleden van de SGP en ChristenUnie hebben minister Hermans deze week vragen gesteld over dit mogelijke onderzoek. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport noemt de misstanden “zorgwekkend” en stelt dat de impact op ouders en kinderen groot is. Men werkt aan strengere regels, bijvoorbeeld rond buitenlandse donoren.