Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft op 7 juli 2026 besloten de beperkingen voor Russische sporters op te heffen en het Russisch Olympisch Comité in zijn rechten te herstellen. Daarmee komt de weg vrij voor volledige deelname van atleten uit Rusland aan internationale wedstrijden, waaronder de kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Het besluit valt samen met een reeks documentaties waaruit blijkt dat een aanzienlijk deel van de als ‘neutraal’ toegelaten Russische en Belarussische sporters banden onderhoudt met militaire of veiligheidsdiensten en openlijk de oorlog tegen Oekraïne steunt.
De mensenrechtenorganisatie Global Rights Compliance (GRC) bracht voorafgaand aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs een rapport uit waaruit bleek dat van de 59 toegelaten Russische en Belarussische atleten er ten minste twaalf aantoonbare connecties hadden met militaire structuren, voornamelijk via de sportclubs CSKA en Dinamo. Deze clubs vallen respectievelijk onder het Russische ministerie van Defensie en de veiligheidsdiensten FSB, SVR en Rosgvardia. Het IOC had eerder deelname van CSKA-leden verboden vanwege de militaire status, maar een deel van de ‘neutrale’ sporters na 2022 bleek toch aan deze clubs verbonden.
Voorbeelden van atleten met militaire banden zijn roeister Olesja Romasenko, zwemmer Jevgeni Somov en tennisser Pavel Kotov, allen lid van CSKA. Wielrenster Tamara Dronova en roeier Aleksej Korovasjkov werden geïdentificeerd als leden van Dinamo. Volgens GRC schond tweederde van de Russische sporten die in Parijs als ‘neutraal’ optraden de neutraliteitsprincipes door steun aan de oorlog of banden met veiligheidsdiensten.
Openlijke oorlogssteun en selectieve handhaving
Onderzoekers hebben een openbaar register samengesteld met meer dan achthonderd Russische en Belarussische atleten die de oorlog steunen. Het register bevat foto’s in uniform, bevelen voor militaire rangen en onderscheidingen van het ministerie van Defensie. Een spraakmakend voorbeeld is taekwondokampioen Vladislav Larin, die in 2022 een video verspreidde met het symbool Z en opriep tot donaties aan het Russische leger. Hij werd geschorst voor de Olympische Spelen, maar in 2026 opgenomen in de selectie voor het EK taekwondo als ‘neutrale’ sporter.
Ook namens de Belarussische kant zijn er atleten met militaire connecties, zoals roeier Jevgeni Zolotoj (sergeant) en zwemster Anastasia Sjkordaj (aangesloten bij het sportcomité van de strijdkrachten). Het IOC heeft een speciale panel ingesteld om de neutraliteit te toetsen, maar critici wijzen op gebrek aan transparantie en inconsistente toepassing van de regels. Zo werden schaatsster Ksenia Korzjeva en tennisser Aljona Vesnina, die propaganda-achtige content hadden geliket, toch toegelaten tot de Olympische Spelen.
Het besluit van het IOC om de beperkingen op te heffen, valt samen met een herhaalde oproep van mensenrechtenorganisaties om de toegang van Russische en Belarussische atleten te heroverwegen. Zij waarschuwen dat het huidige systeem het risico loopt sport te laten dienen als instrument voor legitimering van agressie.