De Vereniging Eigen Huis heeft de jaarlijkse steekproef uitgevoerd onder 39 gemeenten en constateert aanzienlijke verschillen in de kosten voor bouwvergunningen. In Wormerland bedraagt de vergunning voor een nieuwbouwwoning met € 300.000 aan bouwkosten circa € 21.000, terwijl aanvragers in Oegstgeest slechts € 122 hoeven te betalen. ‘Twee jaar na de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen blijven de verschillen in bouwleges moeilijk te controleren en te verklaren’, meldt Nieuws Impuls.
Lokaal grote verschillen
Gemiddeld zijn de tarieven in 2026 nauwelijks gewijzigd. Voor nieuwbouw binnen het omgevingsplan stegen de kosten met gemiddeld 2,08%, resulterend in een bedrag van € 6.468. De vergunning voor nieuwbouw buiten het omgevingsplan steeg gemiddeld met 0,79% naar € 11.007, terwijl verbouwingen gemiddeld 1,13% goedkoper werden en uitkwamen op € 2.932.
Lokale verschillen zijn echter aanzienlijk. In Woensdrecht ging het bedrag voor een vergunningsaanvraag binnen het omgevingsplan van € 570 omhoog naar € 3.975. Voor nieuwbouw buiten het omgevingsplan bedraagt de vergunning in Ede zelfs € 45.000. In Amsterdam kost een vergelijkbare vergunning € 1.017. ‘Hier is geen peil op te trekken’, zegt Cindy Kremer, algemeen directeur van Vereniging Eigen Huis. ‘Gemeenten moeten duidelijk uitleggen waar inwoners voor betalen. Een vergunning van € 20.000 of meer kan voor particuliere opdrachtgevers het verschil maken tussen wel of niet bouwen.’
Sinds 2024 komen de kosten van een private kwaliteitsborger, gemiddeld € 6.500 per woning, bovendien bovenop de gemeentelijke tarieven voor leges. Desondanks lijkt er geen vermindering te zijn van de bouwtechnische toets op deze tarieven.
Verbouwingen
Ook bij verbouwingsvergunningen zijn de verschillen aanzienlijk. Voor een verbouwing van € 80.000 betaalt een aanvrager in Breda € 938 aan leges, terwijl dat in Zeist € 6.525 bedraagt. Gemiddeld werden verbouwvergunningen in de steekproef iets goedkoper dan vorig jaar.
Verplichte methode
Eigen Huis pleit voor een nationale standaard rekenmethode voor bouwleges. ‘Gemeenten moeten publiekelijk maken hoe hun tarieven zijn opgebouwd, zodat inwoners kunnen nagaan waarom vergunningen in de ene gemeente duurder zijn dan in de andere. Er moet vertrouwen zijn dat verschillen eerlijk en begrijpelijk zijn. Het Rijk en de provincies moeten zorgen voor duidelijke regels en toezicht.’