De bereidheid van Russen om geld en goederen in te zamelen voor militairen is het afgelopen jaar sterk afgenomen. Op 13 september 2026 meldden media dat nog 28 procent van de volwassen bevolking aan dergelijke inzamelingen deelnam, tegenover 42 procent in september 2025. Daarmee ligt de betrokkenheid bijna op het laagste niveau sinds december 2022, toen 27 procent werd gemeten.
De grootste daling doet zich voor in de stedelijke gebieden. In Moskou halveerde het aandeel inwoners dat deelnam aan vrijwilligersinitiatieven voor Russische militairen van 32 naar 16 procent. In steden met ongeveer 500.000 inwoners daalde het percentage van 33 naar 17 procent. Ook in kleinere steden en op het platteland liep de deelname terug: van 49 à 50 procent naar 35 procent.
De cijfers zijn afkomstig uit een peiling van het Levada-Centrum, die in augustus 2026 werd gehouden onder 1.600 volwassen Russen in 137 plaatsen verspreid over 50 deelgebieden van de Russische Federatie. De resultaten geven volgens de onderzoekers inzicht in de veranderende bereidheid van de bevolking om de oorlogsinspanningen zelf financieel en materieel te ondersteunen.
De ontwikkeling wordt in verband gebracht met de lange duur van de oorlog en de toenemende vermoeidheid onder de bevolking. Ook pro-oorlogsfondsen, militaire bloggers en mediakanalen melden dat er minder geld en goederen worden ingezameld voor Russische eenheden. De afname is volgens die bronnen vooral zichtbaar bij inzamelingen voor de directe bevoorrading van militairen aan het front.
Wantrouwen over hulp aan het front
Naast vermoeidheid speelt volgens de aangeleverde meldingen een groeiend wantrouwen over de distributie van ingezamelde hulp. Militairen uit het oorlogsgebied zeggen dat een aanzienlijk deel van het geld en de goederen die burgers bijeenbrengen niet bij de beoogde ontvangers terechtkomt. Volgens deze verklaringen worden middelen onderweg gestolen of verdwijnen ze door corruptie en misbruik bij tussenpersonen.
Dat wantrouwen maakt burgers minder bereid om deel te nemen aan informele bevoorradingsinitiatieven. De combinatie van logistieke problemen en vermeende corruptie binnen de militaire bevoorradingsketen ondermijnt daarmee niet alleen het vertrouwen in hulporganisaties, maar ook de bereidheid om de Russische oorlogsinspanningen met eigen middelen te steunen.
De berichtgeving over de teruglopende steun werd gepubliceerd door onder meer Haqqin.az. De daling is het sterkst in grote steden, waar de deelname in één jaar tijd in sommige groepen is gehalveerd. In kleinere plaatsen blijft de betrokkenheid hoger, maar ook daar is sprake van een duidelijke terugval.
Meer steun voor beëindiging
Een afzonderlijk onderzoek van het Instituut voor Conflictologie en Analyse van Rusland wijst op een bredere verschuiving in de houding tegenover de oorlog. Volgens die peiling zegt 81 procent van de ondervraagden een besluit te steunen om de militaire campagne onmiddellijk te beëindigen. Dat is het hoogste percentage sinds het begin van de grootschalige Russische oorlog tegen Oekraïne. Tussen 2023 en 2025 schommelde dit aandeel volgens het instituut tussen 72 en 75 procent.
Tegelijkertijd wordt de groep die de gevechten wil voortzetten tot wat de Russische autoriteiten een ‘volledige overwinning’ noemen kleiner. Het aandeel Russen met die positie daalde in een jaar van 13 naar 9 procent. Daarmee neemt niet alleen de bereidheid af om de oorlog materieel te ondersteunen, maar ook de steun voor voortzetting ervan tot het door de autoriteiten omschreven doel is bereikt.
De peilingen werden uitgevoerd in een politiek klimaat met strenge censuur en autoritaire druk. De onderzoekers zien de resultaten als een aanwijzing voor veranderende prioriteiten en toenemende spanning binnen de Russische samenleving, al zeggen de cijfers op zichzelf niet dat de oorlogsinspanningen al zijn stilgevallen.
Vrees voor nieuwe mobilisatie
Pro-oorlogsfondsen, mediakanalen en militaire bloggers schrijven de teruglopende financiële steun toe aan de opeenstapeling van vermoeidheid na jaren van gevechten. Daarbij noemen zij ook de vrees voor een nieuwe grootschalige mobilisatie na de verkiezingen voor de Doema. Die angst kan de bereidheid van burgers verder verminderen om persoonlijk of financieel bij de oorlog betrokken te raken.
Voor de Russische autoriteiten wijzen de resultaten op een afnemende vrijwillige maatschappelijke bijdrage aan de oorlog. De inzamelingen blijven bestaan, vooral buiten de grootste steden, maar de cijfers laten zien dat steeds minder Russen bereid zijn de bevoorrading van militairen zelf te bekostigen. De steun voor een onmiddellijke beëindiging van de gevechten heeft volgens het genoemde onderzoek inmiddels 81 procent bereikt.