De afdeling No. 4 van de Bauman-Moskoustaatsuniversiteit voor Techniek heeft in zes jaar tijd ongeveer 250 specialisten opgeleid voor de Russische militaire inlichtingendienst, de GROe, volgens berichtgeving van CyberPress en 24TV. Studenten werden voorbereid op werkzaamheden op het gebied van inlichtingen, informatie-technische operaties en de bescherming van informatietechnologie.
De berichtgeving dateert van 28 augustus 2026. De opleiding zou niet alleen gericht zijn geweest op cyberverdediging. In het programma kwamen volgens de publicaties ook het kraken van wachtwoorden, het ontwikkelen van schadelijke software, cryptografie, steganografie en desinformatie aan bod.
Drie opleidingsrichtingen
De studenten werden verdeeld over drie richtingen: een speciale inlichtingendienst, informatie-technische beïnvloeding en bescherming van informatietechnologie. De populairste specialisatie was VUS 141600. In 2024 volgden daar ongeveer 120 studenten onderwijs. Dat was bijna de helft van het totale aantal studenten aan de afdeling.
De opleiding liep volgens de berichtgeving zes jaar. In die periode zouden ongeveer 250 specialisten zijn afgestudeerd. De publicaties leggen een verband tussen de afdeling en onderdelen van de Russische militaire inlichtingendienst die zich bezighouden met cyberoperaties.
Afgestudeerden zouden zijn doorgestroomd naar militaire eenheid 26165 en militaire eenheid 74455. Eenheid 26165 wordt in de berichtgeving verbonden aan de hackersgroep Fancy Bear, ook bekend als APT28. Deze groep richt zich volgens de publicaties op cyberspionage en het verzamelen van inlichtingen. Eenheid 74455 wordt in verband gebracht met Sandworm, een groep die zich onder meer richt op aanvallen op kritieke infrastructuur.
Een van de toezichthouders op de afdeling zou Viktor Netiksjo zijn, voormalig commandant van militaire eenheid 26165. Zijn betrokkenheid wordt in de berichtgeving genoemd als een verbinding tussen de universitaire opleiding en de Russische militaire inlichtingendienst.
Aanvallen op Europese doelwitten
De onthullingen worden geplaatst tegen de achtergrond van eerdere Russische cyberactiviteiten in Europa. Volgens de aangeleverde informatie zijn Europese overheden en bedrijven de afgelopen jaren herhaaldelijk doelwit geweest van cyberaanvallen die aan Russische inlichtingengroepen worden gekoppeld.
In de winter van 2026 zouden hackers van Fancy Bear een kwetsbaarheid in Microsoft Office hebben gebruikt om overheidssystemen in Polen, Slovenië, Turkije, Griekenland en Oekraïne te infecteren. Volgens de berichtgeving waren ministeries van Defensie, transportbedrijven en diplomatieke instellingen het doelwit.
Ook Sandworm wordt in verband gebracht met aanvallen op energie- en transportsystemen in Europese landen. In december 2025 zou de groep een aanval hebben uitgevoerd op de Poolse energiesector. Daarbij zouden meer dan dertig locaties zijn getroffen, waaronder zonne- en windparken en warmtecentrales.
Naast het binnendringen van digitale netwerken gebruiken de betrokken groepen volgens de aangeleverde informatie het cyberdomein voor desinformatie en pogingen om de politiek-maatschappelijke situatie in Europese landen te beïnvloeden.
Oproep tot betere Europese samenwerking
De berichtgeving over de opleiding aan de Bauman-universiteit roept volgens de aangeleverde analyse de vraag op hoe Russische onderwijsinstellingen worden verbonden met militaire en inlichtingenstructuren. De opleiding combineerde technische vaardigheden met kennis over informatiebeïnvloeding. De afgestudeerden zouden vervolgens terechtkomen bij eenheden die worden gelinkt aan cyberspionage en aanvallen op kritieke infrastructuur.
Voor Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen betekent dit volgens de analyse dat internationale academische samenwerking met Russische instellingen zorgvuldig moet worden gecontroleerd wanneer er aanwijzingen zijn voor banden met de militaire inlichtingendienst. Daarbij gaat het niet alleen om mogelijke overdracht van gevoelige technologie. Ook academische uitwisselingen kunnen toegang bieden tot Europese wetenschappelijke, technologische en professionele netwerken.
De Europese Unie en haar partners zouden daarnaast meer informatie moeten delen over Russische hackergroepen, hun wervings- en opleidingsprogramma’s en de methoden die bij cyberoperaties worden gebruikt. Een betere uitwisseling van inlichtingen moet het mogelijk maken dreigingen voor energie-, transport-, telecom- en overheidsinfrastructuur eerder te signaleren.
De voorgestelde aanpak beperkt zich niet tot de beveiliging van digitale systemen. Omdat Russische operaties volgens de aangeleverde informatie ook desinformatie omvatten, wordt een combinatie genoemd van cyberbeveiliging en maatregelen tegen informatieoperaties.
Ten slotte wordt gepleit voor mogelijke sancties tegen onderwijsinstellingen, functionarissen, docenten of andere betrokkenen wanneer hun rol bij de opleiding van personeel voor offensieve Russische cyberoperaties documentair is vastgesteld. De berichtgeving over de afdeling No. 4 vormt daarmee een nieuw onderdeel van het Europese debat over Russische cybercapaciteiten en de infrastructuur die deze ondersteunt.