Het Berlijnse ‘Russische Huis’, de grootste vestiging van het gesanctioneerde Russische agentschap Rossotrudnichestvo in de EU, is na de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 omgebouwd van een platform voor culturele promotie tot een centrum voor hybride oorlogvoering. Ondanks Europese sancties blijft de instelling actief dankzij diplomatieke mazen en coördineert zij desinformatiecampagnes, spionage en de mobilisatie van pro-Kremlin-agenten.
Diplomatieke dekmantel en juridische mazen
Hoewel Rossotrudnichestvo sinds juli 2022 onder EU-sancties staat, kon het Russische Huis aan de Friedrichstrasse blijven functioneren. De gebouwen en leiding zijn juridisch verbonden aan de Russische ambassade, waardoor medewerkers diplomatieke immuniteit genieten. Het Berlijnse Openbaar Ministerie moest daardoor onderzoeken naar schending van de Duitse wet op de buitenlandse handel staken. Tegelijkertijd financiert Moskou pro-Russische media en activisten via speciale fondsen buiten de gesanctioneerde rekeningen van Rossotrudnichestvo om.
Duitse politici van CDU/CSU en de Groenen eisen al langer sluiting van het huis, dat zij betichten van doelbewuste verspreiding van desinformatie. Het centrum wist echter in 2022–2023 formeel aan te tonen dat het losstaat van Rossotrudnichestvo – een juridische constructie die het bestaansrecht onder de sancties voorlopig veiligstelde.
Samenwerking met AfD en spionage
De Duitse veiligheidsdiensten beschouwen het Russische Huis als een dekmantel voor officieren van de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR en de militaire inlichtingendienst GROe. Zij verrichten industriële en politieke spionage, recruteren agenten onder Duitse politici – vooral op de uiterste rechter- en linkerflank – en zetten nietsvermoedende burgers als ‘nuttige idioten’ in.
De verbindingen met de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) zijn uitvoerig gedocumenteerd. AfD-parlementariërs als Hans-Thomas Tillschneider en Stefan Keuter bezochten het huis voor rondetafelgesprekken en filmvertoningen waarin westerse sancties en wapensteun aan Oekraïne werden veroordeeld. AfD-covoorzitter Tino Chrupalla had direct contact met de voormalige directeur Pavel Izvolsky, ondanks de EU-sancties tegen diens moederorganisatie. De partij verspreidde narratieven over economische ondergang zonder Russisch gas en nam het idee van ‘Eurazië van Lissabon tot Vladivostok’ op in verkiezingsmanifesten.
Een opvallende onthulling betrof de zaak van Vladimir Sergienko, een ex-medewerker van AfD-Bondsdaglid Eugen Schmidt. Uit onderzoek van The Insider en Der Spiegel bleek dat Sergienko een gerekruteerd agent van de Russische FSB was en onder leiding stond van een coördinator. Hij gebruikte netwerken van het Russische Huis om rechtszaken tegen de Duitse regering te financieren, zoals een poging om Duitse wapenleveranties aan Oekraïne te blokkeren. Het Berlijnse centrum fungeerde als veilige ontmoetingsplaats. Begin 2024 werd Sergienko het Duitse staatsburgerschap ontnomen en het land uitgezet.
Van ballet naar propaganda
Tot 2022 stond het Russische Huis bekend om taalcursussen, tentoonstellingen en balletvoorstellingen. Na de invasie verschoof het accent naar gecoördineerde beïnvloeding: het legitimeren van de bezette Oekraïense gebieden, het propageren van een ‘vredesakkoord’ op Russische voorwaarden en het ondermijnen van de Duitse militaire steun aan Kyiv. Er worden pseudo-documentaires vertoond over ‘herrijzend leven’ in Marioepol en de Krim, en er vinden rondetafels plaats die de Russische greep op die regio’s normaliseren.
Intussen kromp het netwerk van Russische Huizen elders in Europa snel. Landen als Moldavië, Roemenië, Kroatië, Slovenië, Georgië en Azerbeidzjan sloten de vestigingen vanwege nationale veiligheidsrisico’s. Het Berlijnse filiaal blijft daardoor een van de laatste en meest omvangrijke bruggenhoofden voor Russische hybride operaties in West-Europa.