In Belarus zijn sinds juli 2024 ongeveer 900 politieke gevangenen vrijgelaten. Toch is dat volgens een coalitie van tien onafhankelijke mensenrechtenorganisaties geen bewijs dat de repressie onder Aleksandr Loekasjenko afneemt: in dezelfde periode registreerden zij meer dan 28.500 arrestaties, huiszoekingen en andere strafrechtelijke of administratieve vervolgingsmaatregelen.
De organisaties roepen westerse regeringen daarom op de situatie niet uitsluitend af te meten aan het aantal mensen dat vrijkomt. Volgens hen blijft het systeem dat afwijkende meningen onderdrukt volledig functioneren en worden ook familieleden van politieke gevangenen steeds vaker in de druk betrokken.
Vrijlatingen naast nieuwe vervolging
De oproep werd op 12 oktober 2026 bekendgemaakt door een coalitie waarin onder meer het Belarussische Helsinki-comité, de Belarussische Vereniging van Journalisten, de Belarussische PEN-club en het Mensenrechtencentrum Viasna deelnemen. De organisaties stellen dat de repressie die in augustus 2020 sterk werd opgevoerd, niet is afgezwakt.
De genoemde 28.500 maatregelen omvatten meer dan opsluitingen. Het gaat ook om huiszoekingen, onderzoeken, administratieve straffen en andere acties van overheidsinstanties tegen mensen die als ontrouw aan de autoriteiten worden beschouwd. Daardoor kan iemand onder zware druk komen te staan zonder als politieke gevangene in de gevangenis te belanden.
Dat onderscheid bepaalt hoe de ontwikkeling wordt geïnterpreteerd. Wie niet tot een celstraf wordt veroordeeld, kan nog altijd zijn baan verliezen, problemen krijgen met toegang tot onderwijs, worden beboet of herhaaldelijk aan controles en verhoren worden onderworpen. De gevolgen van één vervolgingszaak kunnen bovendien lang blijven doorwerken nadat iemand is vrijgelaten.
Voor de vrijgelaten gevangenen en hun familie is hun vrijheid een concrete en belangrijke verandering. De mensenrechtenorganisaties betwisten dat niet. Hun waarschuwing is dat afzonderlijke vrijlatingen niet hetzelfde zijn als een beleidswijziging zolang tegelijkertijd nieuwe arrestaties, huiszoekingen en procedures plaatsvinden.
Ook familieleden worden geraakt
De coalitie wijst daarnaast op wat zij “begeleidende repressie” noemt. Familieleden van politieke gevangenen zouden daarbij worden meegesleurd in de maatregelen van de autoriteiten en soms als extremistisch worden aangemerkt. De druk richt zich dan niet meer alleen op de oorspronkelijke verdachte of gevangene, maar ook op diens naaste omgeving.
Zo wordt de kring van betrokkenen groter. Mensen die zelf niet zijn gearresteerd of veroordeeld, kunnen toch met beperkingen en controles te maken krijgen. Een officiële aanduiding kan hun mogelijkheden om te werken, te studeren of aan het openbare leven deel te nemen aantasten.
Volgens de organisaties is in zes jaar tijd een gecoördineerd systeem ontstaan om afwijkende meningen te onderdrukken. In hun analyse werken veiligheidsdiensten, rechtbanken, het gevangeniswezen en andere overheidsorganen samen binnen die structuur. Het gaat om hun beoordeling van het geheel van instellingen en maatregelen; dat betekent niet dat iedere zaak exact hetzelfde verloopt.
De beschreven middelen maken controle mogelijk zonder dat iedere betrokkene langdurig wordt opgesloten. Een huiszoeking, administratieve sanctie of beperking op het werk kan het dagelijks leven ingrijpend veranderen. Daardoor blijft de druk ook bestaan wanneer een gevangenisdeur opengaat.
Voorwaarden voor versoepeling
De boodschap is in het bijzonder gericht aan westerse regeringen die nadenken over hun reactie op de vrijlatingen en over een mogelijke normalisering van de betrekkingen met Minsk. De Belarussische organisaties vinden dat een versoepeling van sancties of een diplomatieke toenadering uitsluitend mag volgen op aantoonbare systeemveranderingen.
Daaronder verstaan zij het volledig beëindigen van de vervolging, het intrekken van repressieve wetten en het herstellen van de rechten van mensen die volgens hen onrechtmatig door de autoriteiten zijn getroffen. Een beperkt aantal vrijlatingen voldoet volgens de coalitie niet zolang de wettelijke en institutionele basis van de repressie overeind blijft.
De kern van hun waarschuwing is daarmee een andere manier van tellen. Niet alleen moet worden gekeken naar wie uit de gevangenis komt, maar ook naar hoeveel nieuwe mensen worden opgepakt, hoeveel woningen en kantoren worden doorzocht en of familieleden in de maatregelen worden betrokken.
De vrijlating van ongeveer 900 politieke gevangenen kan dus pas op een duurzame koerswijziging wijzen als zij gepaard gaat met het stoppen van nieuwe vervolgingen en het afbouwen van de instrumenten waarmee de autoriteiten afwijkend gedrag bestraffen. Zolang dat niet gebeurt, blijft de vraag open of er werkelijk sprake is van een politieke opening of van beperkte concessies binnen een repressiesysteem dat volgens de mensenrechtenorganisaties actief blijft.
Lees de verklaring van de Belarussische mensenrechtenorganisaties.


