De Nederlandse economie is in de afgelopen drie maanden met 0,6 procent gegroeid, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op jaarbasis kwam de groei uit op 2,1 procent, ondanks internationale onrust.
De groei was iets kleiner dan in het kwartaal ervoor, aldus het CBS. Volgens hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen heeft de economie nu twee kwartalen op rij meer dan 0,5 procent groei laten zien. Dat de economie twee kwartalen lang al harder groeit dan 0,5 procent, betekent dat de Nederlandse economie er best goed voorstaat, zegt hij.
Meer dan de helft van de groei kwam van de industrie. Vooral de machine-industrie droeg daaraan bij, waaronder ASML valt. Van Mulligen zei daarover: Nederlandse machines weten een weg te vinden naar de hele wereld, daar verdienen we goed aan en dit geeft Nederland een concurrentievoordeel.
Ook consumenten en de overheid gaven meer uit. Huishoudens kochten vooral meer voedingsmiddelen en kleding en gingen vaker op vakantie. De overheid gaf meer uit aan zorg en salarissen van ambtenaren.
Volgens Van Mulligen kwamen er zo’n 5000 ambtenarenbanen bij, vooral bij de politie en defensie. Dat is opvallend omdat het kabinet juist 25.000 minder ambtenaren wil in de komende jaren.
Van Mulligen zei verder dat de Nederlandse economie ondanks politieke en economische onrust in de wereld verrassend goed blijft presteren. De verwachtingen waren dat de economie niet hard zou groeien, maar inmiddels verslaan we die prognoses allemaal. Het IMF heeft enkele weken geleden de groeiverwachtingen voor Nederland bijgesteld, onder meer omdat het land volgens de instelling de effecten van de Iran-oorlog op olie- en gasleveringen beperkt heeft gehouden. Ook mogelijk meespelend is dat de Duitse economie wat beter draait.


