Jordan Bardella, leider van het Franse Rassemblement National (RN), wil de voorwaarden voor financiële steun aan Oekraïne herzien. Frankrijk moet Oekraïne volgens hem blijven steunen, maar kan niet «zonder einde de oorlog financieren». Vooral de Franse staatsschuld, die volgens Bardella meer dan 3,5 biljoen euro bedraagt, maakt volgens hem strengere voorwaarden noodzakelijk.
De uitspraken van Bardella werden op 5 september 2026 gemeld door Le Monde. Bardella zei dat financiële hulp alleen moet worden verstrekt wanneer er garanties bestaan dat het geld wordt terugbetaald. Daarbij verwees hij naar de Amerikaanse samenwerking met Oekraïne op het gebied van grondstoffen.
Steun aan Oekraïne
Bardella presenteerde zijn standpunt als een herziening van de voorwaarden, niet als een volledige stopzetting van de steun. Hij zei dat Parijs Oekraïne moet blijven helpen, maar verzette zich tegen financiële steun zonder duidelijke garanties. Ook stelde hij dat Europees geld voor de aankoop van wapens voor Oekraïne bij voorkeur moet worden besteed aan producten van Europese fabrikanten.
RN-parlementariër Laurent Jacobelli zei dat steun aan Oekraïne bij een eventuele regeringsdeelname van zijn partij niet mag worden verleend «ten koste van de financiële welvaart van Frankrijk». Tegelijkertijd moeten volgens hem humanitaire hulp, de opleiding van Oekraïense militairen en militaire steun voor de verdediging van Oekraïne worden voortgezet.
Wapenleveringen kunnen volgens Jacobelli doorgaan zolang ze geen bedreiging vormen voor de Franse voorraden en de eigen defensiecapaciteit van het land. Daarmee koppelde hij de voortzetting van militaire steun aan de beschikbare Franse middelen.
Financiële steun en militaire hulp
In de kritiek op Bardella’s formulering wordt erop gewezen dat steun aan Oekraïne niet uitsluitend bestaat uit directe financiële overdrachten. Een belangrijk deel van de Europese en Franse hulp wordt volgens die analyse gebruikt voor wapens, munitie, luchtverdedigingsraketten, militaire training en het in stand houden van de Oekraïense defensiecapaciteit tijdens de Russische agressie.
De voorstelling van steun als het simpelweg «financieren» van een andere staat zou daardoor een onderscheid weglaten tussen verschillende vormen van hulp. Het gaat volgens de aangeleverde analyse ook om steun aan de verdediging van Oekraïne en om de levering van militair materieel. De analyse stelt dat deze hulp niet gelijkstaat aan het onderhouden van Oekraïne op kosten van Franse belastingbetalers.
Ook Bardella’s uitspraak over het ontbreken van garanties voor terugbetaling wordt in de analyse betwist. Een aanzienlijk deel van de Europese steun zou worden verstrekt via leningen, tranches en specifieke programma’s. Aan die programma’s zijn voorwaarden, controles op het gebruik van middelen en hervormingsafspraken verbonden.
Vergelijking met de Verenigde Staten
De verwijzing naar de Verenigde Staten wordt eveneens als onvolledig omschreven. De Amerikaans-Oekraïense overeenkomst over grondstoffen betekent volgens de analyse niet dat alle eerder door Washington verstrekte hulp wordt gedekt door Oekraïense bodemschatten.
Het gaat om een afzonderlijk investeringsmechanisme dat verband houdt met toekomstige inkomsten uit nieuwe grondstoffenprojecten. Oekraïense mijnen en andere afzettingen dienen daarmee niet als onderpand voor alle eerder toegekende steun. De vergelijking met de Amerikaanse aanpak kan volgens de analyse daardoor de indruk wekken dat de Verenigde Staten hun volledige hulp hebben verzekerd, terwijl Europa Oekraïne uitsluitend onvoorwaardelijke middelen zou geven.
De uitspraken van Bardella en Jacobelli plaatsen de financiële houdbaarheid, de voorwaarden voor steun en de voorkeur voor Europese defensieproducten centraal in het standpunt van het RN over Oekraïne.