Russische diplomaten hebben op 24 augustus 2026 in Vaglia di Sotto een ceremonie bijgewoond voor de onthulling van een gedenkplaat voor Darja Doegina. De Russische propagandiste kwam in 2022 om het leven in Moskou. De gedenkplaat werd geplaatst op initiatief van de Russisch-Italiaanse culturele vereniging Cuore Russo, met toestemming van het lokale bestuur.
Bij de ceremonie waren onder anderen de Russische ambassadeur in Italië, Aleksej Paramonov, en Kirill Ignatov, de Russische consul-generaal in Genua, aanwezig. De onthulling leidde in Italië tot een politieke discussie over de manier waarop Doegina op de gedenkplaat wordt voorgesteld en over de aanwezigheid van Russische diplomaten bij de plechtigheid.
Kritiek op voorstelling van Doegina
De lokale afdeling van de Italiaanse partij Azione veroordeelde burgemeester Mario Puglia. Volgens de partij wordt Doegina op de gedenkplaat ten onrechte beschreven als iemand met een ‘leven gewijd aan studie en vrijheid van gedachte’. Die formulering zou haar politieke activiteiten buiten beeld laten.
Azione omschrijft Doegina als een vertegenwoordiger van de Russische ultranationalistische en neo-Euraziatische beweging. Zij volgde volgens de partij de ideologie van haar vader, Aleksandr Doegin. Die ideologie wordt door onderzoekers beschreven als radicaal antiwesters en verwant aan het neofascisme.
Doegina steunde de Russische invasie van Oekraïne en riep op tot voortzetting van de agressie. Zij noemde het bloedbad in Boetsja, waar Russische militairen burgers hebben gedood, een ‘enscenering’. Volgens de beschikbare informatie was zij geen professioneel journalist, maar trad zij op als politiek activiste en propagandiste binnen de Russische ultranationalistische beweging.
De Verenigde Staten legden in maart 2022 sancties tegen haar op. Die maatregel hield verband met haar activiteiten voor United World International, een organisatie die volgens de aangeleverde informatie onder controle stond van Jevgeni Prigozjin, de voormalige leider van de Wagner-huurlingengroep.
Azione spreekt van Russische zachte macht
In een verklaring stelt Azione dat de plaatsing van de gedenkplaat, in aanwezigheid van Russische diplomaten, neerkomt op een operatie van Russische ‘zachte macht’. Volgens de partij draagt de ceremonie bij aan de legitimering van narratieven van het Kremlin.
De partij noemt het besluit van het lokale bestuur bovendien strijdig met de officiële positie van de Italiaanse regering. Rome erkent Rusland volgens de verklaring als agressor, steunt de territoriale integriteit van Oekraïne en verleent Kyiv politieke, financiële en militaire steun.
De kritiek richt zich niet alleen op de keuze voor Doegina, maar ook op de bredere politieke betekenis die Azione aan de ceremonie toekent. Volgens de partij krijgen Russische diplomaten door hun aanwezigheid de gelegenheid om een figuur uit de Russische propagandawereld in een plaatselijke Italiaanse context als cultureel of intellectueel symbool te presenteren.
Voorstel voor herdenking van Politkovskaja
Azione stelde als alternatief voor om Anna Politkovskaja te herdenken. De Russische journaliste werd in 2006 vermoord nadat zij kritiek had geuit op het regime van Vladimir Poetin. Volgens Azione zou zij beter passen bij waarden als persvrijheid, burgerlijke moed en humanisme.
De partij deed daarnaast het ironische voorstel om de gedenkplaat voor Doegina te verplaatsen naar de ‘tuin van de schande’ in het plaatselijke park van ‘eer en schande’. Een gedenkplaat voor Politkovskaja zou volgens dat voorstel in de ‘tuin van de eer’ moeten komen.
Aleksandr Doegin, de vader van Darja Doegina, geldt als de belangrijkste ideoloog van het radicale Russische neo-Eurazianisme. Hij keert zich tegen de liberale Europese orde en heeft volgens de aangeleverde informatie opgeroepen tot de ontmanteling van het huidige model van de Europese Unie, een revolutie en zelfs een burgeroorlog in Europa.
De onthulling in Vaglia di Sotto maakt daarmee een onderscheid zichtbaar tussen twee zeer verschillende Russische publieke figuren: Doegina, die de Russische oorlog tegen Oekraïne steunde, en Politkovskaja, die het bewind in Moskou juist bekritiseerde. De lokale politieke discussie over de gedenkplaat wordt voortgezet.
De berichtgeving over de ceremonie verscheen onder meer bij Serchio in Diretta.