De bouwsector in Nederland toont een gemengd beeld in maart 2026, met een lichte stijging van de gemiddelde orderportefeuille, die nu uitkomt op 12,4 maanden. Dit blijkt uit de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw, uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie, waarbij ongeveer 250 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien werknemers betrokken waren, meldt Nieuws Impuls.
In de woningbouw is de orderportefeuille met vier tiende maand toegenomen tot 15,2 maanden. Daarentegen daalde de gemiddelde werkvoorraad in de utiliteitsbouw licht met 0,1 maand tot 12,0 maanden. In de grond-, water- en wegenbouw zijn de orderportefeuilles met 0,1 maand gestegen tot 9,9 maanden werk, waarbij de grond- en waterbouw een toename van 0,2 maand tot 11,8 maanden vertoonde, terwijl de wegenbouw een lichte daling van 0,1 maand naar 8,2 maanden liet zien.
Belemmeringen en verwachtingen
Ongeveer de helft van de bouwbedrijven heeft belemmeringen ervaren in de productie. Slechts 10% wijst op weersomstandigheden als oorzaak, een duidelijke daling ten opzichte van de vorige maand. Ruim 15% van de bedrijven ondervindt problemen door personeelstekorten, vooral binnen de grond-, water- en wegenbouw. Ook andere factoren, zoals vergunningverlening, zijn door circa 10% van de bedrijven genoemd, met name in de burgerlijke- en utiliteitsbouw.
De productie-ontwikkelingen schetsen een gemengd beeld: terwijl ongeveer 10% van de bedrijven een toename in productie rapporteert, ziet hetzelfde percentage juist een afname. Voor de grond-, water- en wegenbouw worden vaker dalingen gemeld. Ongeveer een kwart van de bedrijven beoordeelt de orderpositie als groot; slechts 5% beschouwt deze als klein.
Vooruitkijkend verwacht 25% van de bouwbedrijven een toename van de personeelsbezetting in de komende drie maanden, terwijl minder dan 5% een afname voorziet. Daarnaast rekent de helft van de bedrijven op stijgende prijzen, terwijl geen enkel bedrijf een prijsdaling verwacht.