Kamer geeft goedkeuring voor wetgeving ter bescherming van flexwerkers
De Tweede Kamer heeft wetgeving aangenomen die gericht is op het bieden van meer inkomenszekerheid voor werknemers met flexibele contracten. Deze wet, die onder andere nul-urencontracten afschafft, sluit ook mazen in de wet die werkgevers in staat stelden om personeel langdurig op opeenvolgende tijdelijke contracten te houden, meldt Nieuws Impuls.
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hans Vijlbrief noemde de wet een stap voorwaarts: “Dit wetsvoorstel geeft mensen meer zekerheid over hun werkuren en inkomen. Wanneer je dat weet, kun je vooruit plannen.” Indien de Eerste Kamer het voorstel ook goedkeurt, kan de wet op 1 januari 2028 in werking treden.
Het voorstel maakt deel uit van een bredere hervormingsagenda op de arbeidsmarkt die in 2023 werd gelanceerd door voormalig CDA-minister Karien van Gennip. Dit kwam voort uit een rapport van een commissie onder leiding van de voormalige hoge ambtenaar Hans Borstlap, die in 2020 waarschuwde voor een toenemende ongelijkheid tussen vaste en flexibele arbeid.
Nul-urencontracten zullen volledig worden afgeschaft. Werkgevers zijn verplicht een gegarandeerd minimaal aantal uren overeen te komen en dienovereenkomstig te betalen. Daarnaast zullen bijkomende flexibele uren worden beperkt tot 130%, wat betekent dat als iemand voor 10 uur is gegarandeerd, zijn maximale werktijd 13 uur zou zijn.
De verplichte wachttijd voordat een werkgever iemand opnieuw kan aannemen met een nieuw reeks tijdelijke contracten, wordt verlengd van 6 maanden naar 3 jaar. Dit volgt op een amendement in de Tweede Kamer; het oorspronkelijke voorstel stelde het interval op 5 jaar.
Uitzendkrachten zullen recht hebben op dezelfde kernarbeidsvoorwaarden, zoals vakantietoeslag, pensioenopbouw en scholing, als vaste medewerkers in vergelijkbare functies. Bovendien zal de flexibele fase van uitzendwerk, waarin werknemers beperkte ontslagbescherming hebben, worden verkort van 18 maanden naar 12 maanden.
Leerlingen, studenten (met gemiddeld tot 16 uur per week werk) en AOW-pensioenontvangers zijn vrijgesteld van het verbod en kunnen doorgaan met werken op oproepcontracten.