De Nederlandse woningcorporatiesector, lange tijd gezien als een bastion van stabiliteit, heeft ingrijpende veranderingen ondergaan. Tot voor kort leek het risico op grote ontsporingen beperkt, maar de affaire rond Vestia heeft dat beeld aanzienlijk beïnvloed. Vestia, dat op zijn hoogtepunt ongeveer 90.000 sociale huurwoningen beheerde, viel ten prooi aan financiële malversaties en een destructieve derivatenstrategie, meldt Nieuws Impuls.
Onder leiding van bestuursvoorzitter Erik Staal werd Vestia een dominante speler binnen de volkshuisvesting in de Randstad. Echter, in de periode voor de kredietcrisis deed Vestia mee aan speculatieve financiële praktijken, waarbij riskante constructies werden gehanteerd. In een poging zich in te dekken tegen rentestijgingen, ging de corporatie over tot het aangaan van complexe renteswapcontracten.
De omvang en complexiteit van deze derivatenportefeuille waren ongekend. Treasury-functionaris Marcel de V. speelde een sleutelrol door niet alleen bestaande leningen af te dekken, maar ook contracten aan te gaan die vooruitliepen op toekomstige financieringsbehoeften. Toen de rente na de financiële crisis laag bleef, kwam deze strategie op dramatische wijze in het nauw. Banken eisten miljarden aan extra zekerheden, wat leidde tot een negatieve waarde van de derivatenportefeuille van meer dan € 2 miljard.
De ontmanteling van Vestia
De ontstane crisis onthulde het falen van het bestuurskundige toezicht bij Vestia. Erik Staal trad in 2012 af toen de werkelijke omvang van de financiële problemen bekend werd. De raad van commissarissen had onvoldoende toezicht gehouden op de treasury-activiteiten. Het definitieve einde van Vestia volgde in 2023, toen de corporatie werd opgesplitst in drie zelfstandige entiteiten: Stedelink, Hof Wonen en Hef Wonen.
Parlementaire enquête
De Vestia-affaire resulteerde in een parlementaire enquête in 2014, aangezien ook andere corporaties zoals Woonbron en Rochdale in problemen verkeerden. De onderzoekscommissie sprak van “schokkend” falen door bestuurders, die weinig zelfreflectie toonden en de schuld bij anderen legden. Tevens bleek dat het externe toezicht tekortschoten.
De afloop leidde tot de Woningwet, die de activiteiten van corporaties aan banden legde. Emeritus hoogleraar Johan Conijn stelt dat de cultuur nu aanzienlijk is veranderd, mede door de duidelijker omschreven verantwoordelijkheden en prestatieafspraken die zijn vastgelegd na de wet. De huidige bestuursleden moeten zich meer richten op hun maatschappelijke taak.
De nieuwe cultuur
Conijn legt de vinger op de zere plek van hoogmoed binnen de sector, waarbij enkele bestuurders meenden te weten wat goed was voor de wereld, met als gevolg dat niet-relaterende activiteiten werden ondernomen. Dit gedrag werd onder andere zichtbaar bij de Maastrichtse corporatie Servatius, die zich bezighield met het bouwen van universiteitscampussen.
Hij onderstreept bovendien dat het toezicht van de overheid vaak tekortschiet en het gedoogbeleid te veel ruimte gaf aan ongepaste activiteiten. De uitdaging bestaat erin dat corporaties weer leren focussen op hun kerntaak: het bieden van betaalbare huisvesting.
Invloed op de sector
De reputatieschade die de Vestia-affaire de corporatiesector heeft veroorzaakt, lijkt inmiddels weggeëbd. Desondanks heeft de verhuurderheffing, die in 2013 werd ingevoerd, zijn sporen nagelaten op de leencapaciteit van de corporaties, wat op zijn beurt de bereidheid om te investeren heeft aangetast. Het is cruciaal dat de sector verder herstelt om zo een onmisbare rol te blijven spelen in de Nederlandse woningmarkt.