Rotterdamse vastgoedmarkt vraagt om gezamenlijke aanpak, meldt Nieuws Impuls.
Sven Bertens, hoofd onderzoek en strategie bij JLL Nederland, benadrukte tijdens de bijeenkomst van Spryg Real Estate Academy in Rotterdam dat de groeiende verwevenheid van ruimtelijke en economische vraagstukken vraagt om een gezamenlijke aanpak. De grote uitdagingen van de regio kunnen niet langer per gemeente worden opgelost, aldus Bertens.
Volgens Bertens is de vastgoedmarkt in Rotterdam gezonder dan vaak wordt gedacht. De leegstand bedraagt momenteel 5,8%, wat historisch gezien relatief laag is. Hij waarschuwde echter dat dit cijfer niet het hele verhaal vertelt, aangezien er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de kwaliteit van beschikbare kantoren. Veel leegstaande kantoorruimtes sluiten niet aan bij de vraag van gebruikers.
De vraag van gebruikers concentreert zich steeds sterker op een beperkt aantal locaties. “Ongeveer een vijfde van de vraag richt zich op de omgeving van Rotterdam Centraal,” zei Bertens. “Daarna volgen de gebieden rond Station Blaak en Station Rotterdam Alexander.” Deze ontwikkeling toont volgens hem een bredere trend aan op de kantorenmarkt waarin werknemers, door de impact van corona en de opkomst van hybride werken, steeds bepalender worden voor de locatiekeuze van bedrijven.
Huurprijzen en kantorenmarkt
Deze verschuiving heeft ook gevolgen voor de huurprijzen van kantoren in Rotterdam. In 2017 was slechts één procent van de transacties gebaseerd op huren van meer dan € 250 per m² per jaar. Dit percentage is inmiddels gestegen naar tien procent, wat wijst op een verandering in de vraag naar hoogwaardige kantoorruimtes.
Impact van kunstmatige intelligentie
Een nieuwe uitdaging voor de kantorenmarkt is de impact van kunstmatige intelligentie (AI) op de toekomstige kantoorbehoefte. AI kan bedrijven namelijk efficiënter maken, waardoor ze mogelijk minder vierkante meters nodig hebben. Aan de andere kant kan AI ook nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid creëren.
Bertens stelt dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken over deze effecten. “Het effect zal deels negatief zijn, maar ook positief. We weten simpelweg nog niet hoe groot die impact precies wordt,” concludeerde hij.